CB1-remmers en het endocannabinoïde systeem

Voorwoord

De CB1-receptoren zijn onderdeel van het endocannabinoïde systeem. Samen met het endorfinesysteem is dit het belangrijkste ‘zelfherstelsysteem’ dat door onze westerse manier van leven uit evenwicht raakt.

Overactieve CB1-receptoren dragen in belangrijke mate bij tot het ontstaan van overgewicht, laaggradige en chronische ontstekingen, insulineresistentie, diabetes type 2, metabool syndroom, osteoporose, neurodegeneratieve aandoeningen, kanker en ’typische’ westerse aandoeningen. Omdat overactieve CB1-receptoren zoveel schade kunnen aanrichten, hebben CB1-remmers een brede therapeutische werking.

Integrale epigenetica 

Wie aan de slag gaat met het endocannabinoïde systeem (ECS), bewandelt het pad van de integrale epigenetica. Epigenetica is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de interactie tussen de omgevingsfactoren en de werking (expressie) van genen. De integrale epigenetica gaat nog een stap verder door deze interacties te analyseren, met elkaar in verband te brengen om vervolgens te behandelen vanuit oorzaak en gevolg. Therapeuten binnen de integrale epigenetica behandelen niet vanuit symptoomniveau, maar vanuit een epigenetische causaliteit. Binnen de integrale epigenetica kijken we dan ook naar het totaalplaatje. Het behandelen vanuit zelfherstelmechanismen is voor veel therapeuten onbekend terrein. Het is een soort van ‘epigenetisch omdenken’. Eenmaal je op deze manier naar klachten en aandoeningen aankijkt, merk je dat alles met elkaar verbonden is vanuit een ‘epigenetische logica’, een soort ‘orde in de chaos’. Het endocannabinoïde systeem wordt besproken in het boek ‘Het endorfine herstelplan. Integrale epigenetica in de praktijk – het endocannabinoïde-systeem‘ van Lucas Flamend en uitgebreid behandeld in de BrainQ Level 1 masterclass.

Behandelen vanuit zelfherstelmechanismen is een efficiënte en duurzame vorm van behandelen omdat men de intelligentie van het lichaam maximaal benut. De mens heeft er namelijk meer dan 3,5 miljard jaar over gedaan om naar dit punt te evolueren. Door onze omgeving drastisch te veranderen door voeding, chemicaliën en medicatie kan het zelfherstelsysteem niet meer naar behoren functioneren. We zien dan ook dat het aantal mensen met chronische aandoeningen, obesitas en kanker alsmaar toeneemt, ook bij kinderen. Ook het zorgsysteem is de laatste decennia veranderd. We zijn geëvolueerd naar ‘comfortgeneeskunde’ waarbij de patiënt geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor zijn of haar gezondheid. Patiënten horen vaak dat foute genen de oorzaak zijn. Met ‘genetisch determinisme‘ wil het op geneesmiddelen gebaseerde zorgsysteem de indruk wekken dat patiënten het slachtoffer zijn van hun genen, terwijl net de veranderde omgevingsinvloeden aan de basis van het probleem liggen.

Inleiding in het endocannabinoïde systeem

Alle functies van het endocannabinoïde systeem ECS opsommen zou te uitgebreid zijn, omdat bij de meeste lichaamsprocessen endocannabinoïde-signalering betrokken zijn in fysiologische of pathologische omstandigheden. We schetsen hier in grote lijnen een aantal basisfuncties van het ECS en toepassingen van CB1-remmers binnen de integrale epigenetica.

Het ECS is een master regulator systeem (RR1R3R4). Het is waarschijnlijk het oudste overlevingssysteem in complexe organismen, dat zijn oorsprong vindt bij de eerste diersoorten met een zenuwstelsel. Het ECS reguleert de voedselvoorkeur en de vetopslag, vermindert cellulaire, oxidatieve, nitrosatieve, mitochondriale, chemische, mechanische, immunologische, fysiologische, psychische, glutamaat gemedieerde en andere vormen van stress. Het activeert het dopamine-beloningssysteem, vermindert acute en chronische pijn, remt ontstekingen, bevordert normale wondheling en littekenvorming, reguleert de botvorming, remt stresshormonen, reguleert het loslaten en verwerken van traumatische ervaringen, reguleert het immunologische (Th1/Th2) evenwicht, remt IgE-allergieën, voorkomt en bestrijdt kanker en neurodegeneratieve aandoeningen. Het ECS is onze belangrijkste biologische bondgenoot in het voorkomen en behandelen van chronische, psychische en neurodegeneratieve aandoeningen (RR2R3R4R5R6R7).

Het endocannabinoïde systeem (ECS) wordt aangestuurd door de CB1- en CB2-receptoren die fysiek aan elkaar gekoppeld zijn. De CB1- en CB2-receptoren hebben een min of meer een tegengestelde werking en houden elkaar in evenwicht. Dat evenwicht raakt verstoord door belastende stress, bepaalde voeding, psychofarmaca, alcohol en andere factoren. De CB1-receptoren worden overactief zodra het lichaam geconfronteerd wordt met traumatische, chronische belastende of toxische stress, hyperglutamaat, een te grote inname van linolzuur en arachidonzuur, alcohol, drugs (bv. cannabis) en psychofarmaca (bv. antidepressiva). Door de CB1-dominantie raken de CB2-receptoren ‘lui’.

CB1-receptoren: locatie

De CB1-receptoren zijn de meest voorkomende receptoren in de hersenen. Meer dan de glutamaat- en GABA-receptoren die elk al 30% van de stimulerende en inhiberende neurotransmissie in de hersenen reguleren. Buiten de hersenen zijn de CB1 actief in het ruggenmerg, de perifere zenuwbanen, immuuncellen, gladde spiercellen, vetcellen, smaakpapillen en in het enterische zenuwstelsel –  het eigen zenuwstelsel van het spijsverteringsstelsel – dat via de nervus vagus verbonden met de hersenen. In het bijzonder in de cellen die het energiemetabolisme reguleren zoals de maagdarmkanaal, lever en pancreas. CB1 receptoren bevinden zich zowel pre- als postsynaptisch. Ze bevinden zich grotendeels op de celwanden en op de membranen van mitochondria, celkernen, endosomen (vervoer blaasjes) en lysosomen (afbreken van de blaasjes).

Tweerichtingsverkeer
Wat het ECS zo bijzonder maakt is dat de neurotransmissie niet alleen verloopt van de presynaps naar de postsynaps, maar ook omgekeerd. In de darmen zijn het vooral de 40 stammen van de Akkermansia muciniphila die communiceren tussen het ECS en de genen. In een gezonde darmflora zijn ongeveer 5% van de darmbacteriën Akkermansia muciniphila. Ze zorgen onder meer voor het evenwicht tussen de ‘goede en minder goede’ bacteriën.

Retrograde signalisatie
De CB1-receptoren zijn talrijk aanwezig op de nucleaire celmembranen (celkern), waar ze een unieke eigenschap hebben door retrograde signalisatie. Genen reguleren hun omgeving door signalen te verzenden vanuit de celkern naar de cel. Bij retrograde signalisatie worden vanuit de CB1-receptoren signaaleiwitten gestuurd naar de celkern om zo de genexpressies te controleren. Het is dus de meest directe manier van communiceren met onze genen! Retrograde signalisatie wordt vooral gebruikt voor ‘snelle’ adaptieve reacties op omgevingsstress of voor het signaleren van cellulaire stress. Met ‘snel’ bedoelen we ‘in een fractie van een seconde’. Vandaar zowat alle vormen van stress verlopen via de CB1-receptoren.

De epigenetica van overactieve CB1-receptoren en overgewicht

De functies van het endocannabinoïde systeem zijn moeilijk op te sommen, omdat bij bijna alle lichaamsprocessen endocannabinoïde-signalering betrokken kan zijn in fysiologische of pathologische omstandigheden. Veruit de belangrijkste functie van de CB1-receptoren, is het bevorderen van de accumulatie van energetische voorraden voor toekomstige behoeften. Of anders uitgedrukt het opslaan van vetten. Om dit te realiseren is de CB1-energieregulatie gekoppeld aan het dopaminebeloningsysteem en het uitschakelen van het verzadigingssysteem. De CB1-receptoren in de hersenen en het enterische systeem worden vooral gestimuleerd door voeding met linolzuur en arachidonzuur, de combinatie van vetten en suiker en door alcohol, cannabis (THC) en psychofarmaca.

De CB1-receptoren zorgen voor energieopslag omdat het lichaam nu eenmaal energiereserves moet aanleggen.  Echter bij overactieve CB1-receptoren raakt deze epigenetische programmatie in overdrive en worden er te veel energiereserves aangelegd. Om dat te realiseren communiceren de CB1-receptoren met andere genen en wordt een epigenetisch draaiboek in gang gezet om zoveel mogelijk vet op te slaan. Kort samengevat ziet dit draaiboek er uit als volgt:

  • De aanmaak van witte vetcellen en de vetopname van de witte vetcellen neemt toe, de vetverbranding (lipolyse) vermindert en GLUT4 wordt geremd. CB1 stimuleert de werking van het FABP4-eiwit, dat vetzuren transporteert van en naar de witte vetcellen. Voor meer uitleg over het FABP4-eiwit kunt u de FABP4 pagina raadplegen.
  • Tegelijk er ontstaat insulineresistentie en leptineresistentie als onderdeel van het programma om meer vetten op te slaan. Er wordt dus minder glucose omgezet in energie – met vermoeidheid tot gevolg – en door het chronische hongergevoel worden er meer calorieën aangeleverd.
  • De CB1 op de smaakpapillen reguleren de zoetsensatie en zoetappreciatie. Bij overactieve CB1 neemt de voorkeur voor zoete voedingsmiddelen met 120% toe. Door de toegenomen suikerbehoefte is er meer suiker beschikbaar om omgezet te worden in vetten.
  • De aanmaak van mitochondria in witte vetcellen neemt af, waardoor de vetcellen minder energie gebruiken, zodat de vetvoorraad niet verloren gaat. Daarnaast remt CB1 de aanmaak en de stofwisseling van bruine vetcellen.

Dopamine
Iedereen weet dat suiker zorgt voor meer beloning. Echter wat minder bekend is, is dat linolzuur minstens evenveel dopamine activeert. De CB1 zijn de ‘verslavingsreceptoren’. Ze stimuleren de vrijgave van dopamine, vooral via alcohol, cannabis, door inname van linolzuur en aeroob sporten (bv. hardrennen). Zelfs bij kleine hoeveelheden linolzuur uit voeding stijgt dopamine in de hersenen op 10 minuten met meer dan 120% (R), wat kan toenemen tot meer dan 500% bij een linolzuurrijk dieet. Bij suiker is de dopaminetoename 140% (R). Langdurige overstimulatie heeft een prijs. Wie er de gewoonte van maakt om vetrijk te eten verzwakt het dopamine-beloningssysteem, met ADHD-achtige kenmerken en verslavingsgedrag tot gevolg (R). De meeste dopaminepunten scoort men door vetten (i.h.b. linolzuur) te combineren met suiker of koolhydraten. De ‘high-fat/high-sugar’ combinatie is dan ook de meeste lucratieve om consumenten verslaafd te maken aan bewerkte voeding. Een mooi voorbeeld zijn ‘vissticks’ van koolvis. Koolvis bevat zeer weinig linolzuur. Gaat men deze vis bewerken tot vissticks en bakken in frietvet, dan neemt de linolzuurconcentratie x 1000 tot x 4000 toe (R), bovendien bevat de krokante omhulling koolhydraten en gluten. Zo bevatten alle sausen van hamburgerketens veel vetten en suiker. Frieten, roomijs, kip met appelmoes, chocolade, kroket, fastfood en bewerkte voeding zijn voorbeelden van een ‘high-fat/high-sugar’ combinatie met veel linolzuur.

Metabool syndroom
De problematiek van overactieve CB1-receptoren gaat vaak gepaard met hyperglutamaat, een stof die vrijkomt bij chronische en belastende of traumatische stress en die een toename van de stresshormonen veroorzaakt. De CB1-receptoren vangen de stresseffecten van op van glutamaat. Zowel hyperglutamaat als een linolzuur/arachidonzuur-rijk dieet en alcohol verhogen oxidatieve en nitrosatieve stress en bevorderen laaggradige en chronische ontsteking. Onderzoek wijst uit dat overactieve CB1-receptoren de pathofysiologische mechanismen activeert die leiden tot het metabool syndroom (RR2R3).  Meer hierover kan men nalezen op de FABP4-pagina.

CB1-remmers: eigenschappen

CB1-remmers hebben de volgende eigenschappen met betrekking tot overgewicht, metabool syndroom en complicaties, verslavingen en (vr)eetbuien:

  • Ze verminderen de activiteit van de CB1-receptoren (verslavingsreceptor) en stimuleren de CB2-werking (ontslavingsreceptor) (RR2).
  • Ze verminderen de aanmaak van witte vetcellen en de opslag van vetten (RR2) en zorgen voor een toename van de bruine vetcellen (RR2).
  • Ze dragen bij tot het verminderen van het lichaamsgewicht (RR2R3 – R4 – R5).
  • Ze verhogen de efficiëntie van oleoylethanolamide, een stof die verzadiging opwekt, het lichaamsgewicht vermindert en de vetverbranding stimuleert (RR2).
  • Ze verminderen de verslavingsgevoeligheid (bv. roken RR2), chronische honger en (vr)reetbuien (RR2R3R4 – R5).
  • Ze dragen bij tot het herstel van de dopamine-, leptine- en insulinegevoeligheid (RR2R3).
  • Ze verminderen oxidatieve en nitrosatieve stress (RR2).
  • Ze verminderen laaggradige en chronische ontstekingen vanwege hun anti-inflammatoire werking (RR2 – R3  – R4).
  • Ze hebben een preventief en herstellend effect bij het metabool syndroom (RR2) en complicaties zoals aderverkalking (RR2), (pre)diabetes 2 (RR2) en hartaandoeningen (RR2).
  • Ze verminderen de totale cholesterol en de omzetting van LDL in geoxideerde LDL (oxLDL) (RR2).
  • Ze hebben een preventief en herstellend effect bij een aantal routes en symptomen van Alzheimer en de ziekte van Parkinson,   (RR2R3R4).

Natuurlijke CB1-remmers

  • Quercetine is een uit planten afkomstige flavonol, behorende tot de klasse flavonoïden. Onderzoek wijst uit dat quercetine de sterkste natuurlijke CB1-remmer is (RR2). Uit diverse studies blijkt dat quercetine een veelbelovende FABP4-remmer is (R – R2), ook in lage doseringen met een “Human Equivalent Dose” (HED) van 1,66 mg/kg (R) met gewone quercetine, een dosering die men aanzienlijk kan verlagen met liposomale quercetine. Quercetine heeft – zo blijkt uit onderzoek – de sterkste binding met het ‘vetmassa- en obesitas-geassocieerd eiwit’(FTO) van de onderzochte flavonoïden (R). Mensen met een overactief FTO-gen hebben meer kans op het ontwikkelen van overgewicht (R). Quercetine remt de werking van het FTO-eiwit in sterke mate en draagt op deze manier bij tot het afvallen. Quercetine heeft tevens de eigenschap om de ontgifting van het kankerverwekkende PFOA (Perfluoroctaanzuur) te versnellen (R), het teflonbestanddeel in antikleefpannen.
  • Andrographolide, het extract van Indiase gentiaan extract (Andrographis Paniculata) vermindert het aantal CB1-receptoren in de lever bij ratten met een voor mensen “Human Equivalent Dose” (HED) van  een 7,5 mg/kg (R).  Uit de database van Herbalog, een hulpmiddel voor doelgerichte identificatie van de werkzaamheid van kruidengeneesmiddelen door middel van moleculaire koppeling, werden 194 planten met meer dan 5000 fytochemicaliën onderzocht. Daaruit blijkt dat het andrographolide de meest potente FAPB4-remmer is (R – R2). FABP4-remmers verminderen de opslag van vetten en de aanmaak van witte vetcellen (R). Ze zijn ontstekingsremmend (R) en verminderen het oxideren van linolzuur en arachidonzuur, de twee meest schadelijke omega-6-vetzuren. FABP4-remmers verminderen de omzetting (oxidatie) van LDL in het schadelijke oxLDL (R), de slechte cholesterol die verantwoordelijk is voor atherosclerose. FABP4-remmers hebben vanuit deze optiek een bredere werking dan statines zonder de nadelen van deze middelen. FABP4-remmers dragen bij tot het omkeren van het metabool syndroom (R). Hierbij dient men tevens de inname van linolzuur en arachidonzuur te verminderen, onder meer omdat de geoxideerde metabolieten van deze vetzuren sterke FAPB4-activators zijn (R). FABP4-remmning bevordert tevens het herstelproces van osteoporose (R), artrose aan de knieën (R en de handen (R). Andrographolide heeft een halfwaardetijd van 6,5 à 10 uur.
  • Curcumine (RR2) en resveratrol (R R2) – zijn elk afzonderlijk en samen (R) sterke inverse agonisten van de CB1-receptoren en tevens zwakke agonisten van CB2-receptoren. Op deze manier dragen ze bij aan het afremmen van glutamaat via het voorkomen van CB1-overstimulatie en activatie van de CB2-receptoren. Inverse agonisten remmen de activiteit van de receptoren. Ze zijn vergelijkbaar met antagonisten.

Disclaimer en copyright

Deze informatie is bedoeld als informatiebron en als naslagwerk. Het is met de grootste zorgvuldigheid en naar beste vermogen en inzicht samengesteld. De informatie is bedoeld voor beroepsbeoefenaren zoals artsen, apothekers, herboristen, psychologen en therapeuten, die vanwege hun opleiding en ervaring de inhoud en toepassing kunnen evalueren. De informatie is niet bestemd voor leken of consumenten die zelf een behandeling willen uitstippelen. Het is geenszins bedoeld als vervanging voor het consulteren van een arts of therapeut. Indien u momenteel geneesmiddelen neemt, raadpleeg dan eerst een arts indien u met deze middelen wil stoppen. Stop de inname niet of vervang deze geneesmiddelen niet op basis van informatie of aanbevelingen uit deze website. BrainQ kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die zou voortvloeien uit beslissingen gebaseerd op informatie uit deze website.

De informatie mag niet gekopieerd, gepubliceerd of via een andere vorm doorgegeven worden aan derden zonder de schriftelijke toestemming van BrainQ.