Gids voor het afbouwen van benzodiazepines

Deze pagina is onderdeel van het artikel ‘Gids voor het afbouwen van psychofarmaca‘. Andere afbouwgidsen zijn:

Inleiding

Benzodiazepines zijn geneesmiddelen met een GABA stimulerend effect. Het zijn de meest voorgeschreven psychofarmaca in Nederland en België. Op jaarbasis gebruiken 1,9 miljoen Nederlanders benzodiazepines, waarvan 700.000 chronische gebruikers (ref).  Deze middelen worden vooral gebruikt door mensen met stress- en slaapstoornissen en trauma’s.

Dit artikel is een handleiding om de epigenetische dynamiek van benzodiazepines, de oorzaken en complicaties van GABA-resistentie, het afbouwproces en het GABA-herstelproces beter te begrijpen. In het laatste deel worden de leefstijladviezen en de voedingssupplementen beschreven.

De werking van GABA is – zoals ook het geval is met andere neurotransmitters en hormonen – afhankelijk van verschillende factoren. In het geval van GABA spelen BDNF, het endocannabinoïde systeem, voeding en trauma’s hierin een belangrijke rol (ref).

Indeling

GABA

  1. GABA locaties
  2. GABA functies
  3. GABA en glutamaat
  4. GABA en het immuunsysteem
  5. GABA en kanker
  6. BDNF reguleert GABA
  7. Het endocannabinoïde en GABA

Werkingsmechanisme van benzodiazepines

  1. GABA is een efficiënte glutamaat-remmer
  2. GABA is een efficiënte stress-remmer
  3. Het probleem met gewenning
  4. Het probleem met insuline
  5. Complicaties op langere termijn

Waarom mensen benzodiazepines gebruiken

  1. Glutamaat
  2. Stress
  3. Slaapproblemen
  4. Trauma’s
  5. Voeding
  6. Hypoglycemie
  7. Alcohol
  8. Koffie
  9. TRPV1-overgevoeligheid
  10. Psychostimulantia
  11. Cannabis
  12. Histamine
  13. Epilepsie

Afbouwen van benzodiazepines

De weg naar herstel

  • Levensstijladvies
  • Voedingssupplementen slaapproblemen (inslapen en doorslapen)
  • Voedingssupplementen stressproblemen

BrainQ checklist

Aanbevolen literatuur

Aanbevolen opleiding

 

————————————————————————————————————

GABA

1. GABA locaties

GABA (gamma-aminoboterzuur) is een neurotransmitter die verspreid is over gans het lichaam. De hersenen bevatten 30% GABA-receptoren. Glutamaat, de tegenpool van GABA – een stofje met een stressgevend effect, is evenredig vertegenwoordigd met 30% glutamaat-receptoren in de hersenen (ref). GABA en glutamaat houden elkaar dus in evenwicht.

GABA en glutamaat zijn verspreid over gans het lichaam via het perifere zenuwstelsel en het enterisch zenuwstelsel (het zenuwstelsel van het spijsverteringsstelsel). Vandaar dat als we stress ervaren, we dit niet alleen voelen in ons hoofd, maar in gans het lichaam, inclusief maag en darmen.

De aanmaak van GABA gebeurt via enzymen en bacteriën (ref). Deze enzymen zijn gevoelig voor allerlei invloeden zoals trauma’s, geneesmiddelen en genetische defecten (SNP’s) (ref). De GABA-synthese gebeurt in de hersenen, de eilandjes van Langerhans en in de immuuncellen (ref). De bacteriële aanmaak van GABA wordt negatief beïnvloed door antibiotica, verkeerde voeding en toxische stofjes zoals plastiek weekmakers.

Dysbiose ofwel een onbalans in het microbioom van de darmen gaat gepaard met een toename van interleukine-1 bèta (IL-1β) (ref), een cytokine die lekkende darm (verhoogde darmpermeabiliteit) en GABA-resistentie veroorzaakt in de hippocampus, het deel van de hersenen dat de stressweerstand reguleert (ref).

2. GABA functies

GABA activeert het parasympatisch zenuwstelsel, wat een rustgevend en kalmerend effect heeft. Door een verminderde werking van GABA ontstaat overactiviteit van de neurotransmitter glutamaat. Hyper-glutamaat is het gevolg van onder meer troostvoeding (bv. gluten en smaakversterkers), alcohol, psychofarmacagebruik, trauma’s, langdurig belastende of toxische stress en hypoglycemie.

GABA speelt een belangrijke rol bij de regulatie van angst, stress, slapen, insuline, glutamaat, histamine, ontgiften, oxidatieve en nitrosatieve stress, immuunsysteem, kanker, cortisol, oxytocine en andere hormonen (ref).

3. GABA en glutamaat

Glutamaat is een stofje dat stress, onrust, angsten, slapeloosheid en een negatieve gemoedstoestand veroorzaakt, onder andere door het stresssysteem te activeren, GABA uit te putten en het dopamine-beloningssysteem te blokkeren. Je zou kunnen stellen dat glutamaat het stresssysteem constant in overdrive zet, ook al is er in de buitenwereld niet echt een reden om de ‘fight-or-flight’ modus aan te zetten.

Glutamaat komt vrij als gevolg van stress, trauma’s en door overstimulatie van het dopamine-beloningssysteem, bv. door gedragsverslavingen (bv. dwangmatig gamen), eetstoornissen, psychofarmaca, drugs, troostvoeding, industriële voeding en fastfood. Terwijl dopamine het ‘beloningsstofje’ is, is glutamaat het ‘anti-beloningsstofje’. Omdat glutamaat het beloningsysteem blokkeert, werkt dopamine niet meer zo goed, met verminderde concentratie en motivatie tot gevolg, kenmerken die we ook terugzien bij ADD en ADHD.

GABA is – samen met het endocannabinoïde systeem – de meest krachtige glutamaat-remmer. In normale omstandigheden is GABA in staat om glutamaat onder controle te houden. Helaas zijn er heel wat factoren die de werking van GABA verminderen, deze worden verder besproken in het hoofdstuk ‘Waarom mensen benzodiazepines gebruiken’.

Wanneer er onvoldoende GABA wordt aangemaakt of GABA resistent wordt, heeft glutamaat vrij spel en ontstaat een toestand die we hyper-glutamaat noemen. Dit is de onderliggende dynamiek bij stress- en slaapstoornissen, depressie, diabetes, neurodegeneratieve, metabole, immuun-aandoeningen en tal van andere ziektebeelden.

Bij hyper-glutamaat ontstaat een reactie waarbij cellen en weefsels worden beschadigd of vernietigd. In de eerste plaats door de toename van cellulaire stress, in het bijzonder oxidatieve en nitrosatieve stress. Het aantal mitochondria neemt af waardoor de cellen energietekort hebben, wat zich uit in vermoeidheid en in een verdere fase burn-out.

Hyper-glutamaat veroorzaakt laaggradige ontsteking, een sluimerende aandoening die het immuunsysteem in overdrive zet. Het toegenomen energieverbruik door het immuunsysteem wordt gecompenseerd door de energietoevoer naar sommige organen en weefsel te verminderen. Wanneer dat gebeurt ontstaat insulineresistentie, we worden moe, prikkelbaar en onze natuurlijke bescherming tegen virussen en kanker neemt af.

4. GABA en het immuunsysteem 

GABA is cruciaal voor het immuunsysteem, het biedt een natuurlijke bescherming tegen kanker, virale en bacteriële aandoeningen. GABA is als het ware de ‘brandstof’ van het immuunsysteem. Het reguleert de migratie van de dendritische cellen, dit zijn de ‘waakhonden’ van het immuunsysteem (ref-1ref-2) via de GABA-A-receptoren, dezelfde receptoren die uitgeput worden door benzodiazepines. Dendritische cellen herkennen lichaamsvreemde cellen en maken ze onschadelijk. Zodra er ongewenste micro-organismen in de bloedbaan terechtkomen – zoals virussen en bacteriën, komen de dendritische cellen in actie. Deze cellen maken de pathogenen onschadelijk en alarmeren de rest van het afweersysteem. GABA heeft hierin een bijzonder rol, het zorgt ervoor dat de dendritische cellen bewegen (in actie schieten) om de pathogenen te kunnen lokaliseren. M.a.w. GABA reguleert het reactievermogen van het immuunsysteem.

GABA reguleert de antimicrobiële respons tegen bacteriën via de GABA-A-receptoren (ref). GABA bevordert de migratie van macrofagen, dit zijn immuuncellen die pathogenen vernietigen door ze op te slorpen, dit proces noemt fagocytose .

Sommige virussen (COVID-19) (ref) en bacteriën (Borrelia: ziekte van Lyme) (ref) hebben een slimme strategie om het immuunsysteem te onderdrukken. Ze zorgen voor een enorme toename van glutamaat, het stofje dat GABA-resistentie veroorzaakt. Zodra GABA resistent is, worden de dendritische cellen en macrofagen ‘lui’ en hebben de pathogenen en virussen vrij spel. Iets gelijkaardig gebeurt als men langdurig benzodiazepines gebruikt, een effect dat wordt versterkt bij mensen die door trauma’s of langdurige toxische stress reeds hoge glutamaat-waarden hadden (ref-1ref-2ref-3).

Bij dieren waarbij een levensbedreigende vorm van longontsteking en COVID-19 wordt opgewekt, zijn benzodiazepines in staat om het ziekteproces volledig te genezen (ref-1ref-2). In plaats van benzodiazepines te gebruiken voor stress- en slaapstoornissen, kan men deze middelen beter ‘reserveren’ voor levensbedreigende aandoeningen zoals longontsteking en COVID-19. Met ‘reserveren’ bedoel ik, inzetten bij hoge nood, net zoals bij antibiotica. Benzodiazepines hebben een maximaal immunologisch effect in een lichaam met weinig of geen GABA-resistentie.

Uit voorgaande onderzoeken kunnen we afleiden dat het werkingsmechanisme van GABA sterker is dan antivirale middelen, antibiotica en vaccins. Het betekent ook – wat tevens de reden is waarom GABA-resistentie moet vermeden worden – dat uitputting van GABA, hetzij door benzodiazepines, alcohol, geneesmiddelen of wat dan ook, de echte oorzaak zou kunnen zijn waarom er zoveel mensen met COVID-19 zijn beland op de intensive care en nadien zijn gestorven. Uit onderzoek blijkt dat patiënt die 3 maanden na het doormaken van ernstige COVID-19 symptomen last hebben van zware vermoeidheids- en cognitieve klachten een sterk verminderde GABA werking hebben in de cerebrale cortex (ref).

De meeste COVID-19 overlijdens zijn te herleiden tot de risicogroepen met GABA-resistente aandoeningen met hyper-glutamaat: hartpatiënten (ref-1ref-2), diabetes (ref-1ref-2), roken en chronische luchtweg- of longproblemen (ref-1ref-2ref-3), leverziekte (ref-1ref-2), overgewicht (ref-1ref-2) en ouderen (ref). Inwoners van een rusthuis gebruiken de meeste benzodiazepines, hun GABA systeem is het meest resistent.

Er zijn verschillende onderzoeken die het belang benadrukken van GABA bij de behandeling van COVID-19 (ref-1ref-2), maar waar je weinig over hoort. Dat heeft voor een deel te maken met de gangbare instelling dat preventie en oorzaken behandelen geen prioriteit is. De coronacrisis heeft een duidelijke negatieve impact op de mentale gezondheid. Zo is het aantal mensen met slaapproblemen en depressieve klachten – dit zijn kenmerken van hyper-glutamaat – verdubbeld sinds het begin van de coronacrisis (ref-1ref-2).

5. GABA en kanker

Dendritische cellen schakelen kankercellen uit. De meest efficiënte kankerbehandeling is niet chemo *, maar immuuntherapie met dendritische cellen, een nieuwe maar dure ‘op maat behandeling’ om kanker te bestrijden (ref). De eigen bijdrage voor de patiënt kan in Nederland oplopen tot 100.000 euro en meer. Dendritische celtherapie geeft je immuunsysteem de nodige instructies om kankercellen te vernietigen. Tot slot hebben dendritische cellen nog een derde functie, ze reguleren de antistof-reactie (ref).

* Volgens een meta-analyse bij 22 soorten kankers, werd vastgesteld dat een aanvullende behandeling met chemo – d.w.z. bovenop chirurgische ingrepen en radiotherapie – de overlevingskans met gemiddeld 2% doet toenemen binnen een periode van vijf jaar (ref). Bij chemo wordt het immuunsysteem onderdrukt en het DNA beschadigd, wat na vijf jaar de kans op een volgende kanker fors doet toenemen (ref-1ref-2ref-3ref4ref-5ref-6).

De angstcultivering rond het coronagebeuren is een belangrijke oorzaak dat steeds meer mensen last hebben van hyper-glutamaat, wat GABA-resistentie in de hand werkt. Net het omgekeerde wat nodig is om COVID-19 en kanker te overwinnen. Het is dan ook de vraag in welke mate het aantal kankergevallen de komende jaren zal toenemen.

De gevoeligheid van GABA herstellen en de onderliggende oorzaken van GABA-resistentie aanpakken is niet alleen nodig om rust te ervaren, maar essentieel om de overlevingskansen bij kanker te vergroten. Bij mensen met GABA-resistentie neemt de kans op kanker fors toe, dat weten we uit onderzoek. Datzelfde onderzoek laat zien dat GABA een anti-kankereffect heeft en dat langdurig gebruik van benzodiazepines de kans op kanker doen toenemen (ref-1ref-2ref-3ref-4ref-5ref-6ref-7ref-8ref-9ref-10), informatie die men niet terugvindt op de bijsluiter. In sommige onderzoeken zien we dat te hoge GABA-waarden kanker bevordert. Hyper-GABA is een epigenetische correctie om GABA-resistentie te compenseren. Net zoals hyper-cortisol en hyper-insuline compensaties zijn van cortisol- en insuline-resistentie. Deze epigenetische logica is nog niet doorgedrongen bij medici.

In een onderzoek werden 19 deelnemers gedurende 6 weken behandeld met 0,5 mg lorazepam (Temesta®). Bij alle deelnemers stegen 6 biomarkers voor kanker, bij de deelnemers met overgewicht waren dit 11 biomarkers (ref).

6. BDNF reguleert GABA 

Tot dusver hebben we het verband besproken tussen GABA en glutamaat. De werking van GABA wordt tevens beïnvloed door andere stofjes. Een daarvan is BDNF. Vanaf hier wordt de inhoud van het artikel wat complexer omwille van de talrijke epigenetische interacties. Sommige passages vragen wat meer aandacht en dien je misschien te herlezen om de verbanden beter te begrijpen. Neem rustig je tijd, epigenetica gaat over verbanden en omgevingsfactoren.

BDNF behoort tot de neurotrofines, een zeer select clubje van stoffen die het overleven en herstellen van hersencellen bevorderen. BDNF staat voor brain-derived neurotrophic factor. Een gebrek aan neurotrofines is de basisdynamiek bij neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer, Parkinson en de ziekte van Huntington (ref-1ref-2ref-3).

BDNF is noodzakelijk voor de werking van GABA via verschillende routes. Ten eerste BDNF promoot de aanmaak van GABA-receptoren via het stimuleren van de transcriptiefactoren (ref). De gevoeligheid van GABA wordt – net zoals bij andere neurotransmitters en hormonen – bepaald door het aantal receptoren. Bij GABA-resistentie is het aantal GABA-receptoren afgenomen. Ten tweede BNDF promoot de aanmaak van schakelcellen, dit zijn verbindingen tussen hersencellen (ref). Schakelcellen hebben vooral een remmende werking op stresssignalen en worden geactiveerd door GABA en glycine. Ten derde BDNF promoot de enzymatische aanmaak van GABA via het GAD-enzym, dat glutamaat omzet in GABA (ref). Ten vierde BDNF promoot de expressie (de activatiekracht) van de GABA-receptoren en het intracellulair transport van GABA (ref). Ten vijfde BDNF houdt de gevoeligheid van GABA intact door te voorkomen dat de GABA-receptoren worden afgebroken na activatie (ref-1ref-2). Resistentie is immers het gevolg van een versnelde afbraak van de receptoren door overactivatie.

BDNF heeft nog een andere functie, het heeft een herstellend effect (neurogenese) op de schade die hyper-glutamaat aanricht in het zenuwstelsel en de hersenen. BDNF wordt hierbij geholpen door anandamide, dat de neurotrofe functies van BDFN activeert (ref). Anandamide is onderdeel van het endocannabinoïde systeem dat we verder bespreken.

De eerste prioriteit (samen met het verlagen van glutamaat) in de behandeling van de GABA-problematiek en de afbouw van benzodiazepines is het herstel van BDNF. Dat doen we door de BDNF-uitputtende factoren te verminderen en de aanmaak van BDNF te stimuleren.

Aangezien BDNF een stofje is dat voornamelijk actief is in de hersenen, is onderzoek bij mensen lastig. Hersenweefsel kan niet onderzocht worden bij levende mensen. Dit heeft tot gevolg dat serum-BDNF (perifeer) een onbetrouwbare parameter is om de BDNF-concentraties in de hersenen in kaart te brengen. Bij mensen is perifere BDNF vooral aanwezig in megakaryocyten en bloedplaatjes (ref). Bovendien kan BDNF de hersenen niet verlaten vanuit de bloed-hersenbarrière (ref-1ref-2). Onderzoek wijst uit dat de serum-BDNF waarden stijgen bij een lekkende bloed-hersenbarrière, wat niet het geval bij een normaal werkende bloed-hersenbarrière  (ref). Het onderzoek richt zich vooral naar de hersenen van ratten en muizen, iets wat ook gebruikelijk is bij onderzoek naar psychofarmaca en vaccins.

De BDNF waarden zijn verlaagd, onder meer bij mensen met neurodegeneratieve aandoeningen (ref), geheugenproblemen (ref), overgewicht (ref), insulineresistentie (ref), eetstoornissen (ref), oudere leeftijd (ref), depressie (ref), alcoholmisbruik (ref), volwassenen met ADD/ADHD (ref) en zelfmoordpogingen (ref). Lage BDNF waarden veroorzaken chronische trek in voeding, eetstoornissen (ref) en een sombere stemming. Onderzoek wijst uit dat patiënten met ernstige COVID-19 symptomen de laagste BDNF waarden hebben (ref).

Factoren die BDNF verminderen/uitputten:

  • Met het ouder worden verlaagt de BDNF concentratie (ref).
  • Trauma’s (ref-1ref-2).
  • Chronisch belastende stress, toxische stress (ref).
  • Overgewicht (ref).
  • Chronische ontsteking (laaggradige ontsteking) (ref-1ref-2). De reden is dat inflammatoire stofjes BDNF-resistentie veroorzaken.
  • Hoogcalorisch dieet (ref). Junkfood en industriële voeding (ref).
  • Suiker veroorzaakt een snelle daling van BDNF in de hersenen (ref).
  • Insulineresistentie en overgewicht (ref).
  • Te vetrijk dieet en/of teveel verzadigde vetten op voorwaarde dat het gepaard gaat met oxidatieve stress (ref-1ref-2ref-3), wat bij de meeste mensen zo is aangezien glutamaat de belangrijkste oorzaak is. Antioxidanten (bv. polyfenolen) en beweging neutraliseren het negatief effect van te vetrijke voeding (ref-1ref-2ref-3). Melk remt de antioxidant capaciteit van polyfenolen met 70% (ref). Dat betekent dat als je zuiverproducten eet, de antioxidantwerking van flavonoïden grotendeels verloren gaat, ook als je antioxidanten neemt uit voedingssupplementen.
  • Langdurig gebruik van psychostimulantia (methylfenidaat en dextro-amfetamine) (ref).
  • Alcoholmisbruik (ref).
  • Te weinig zonlicht (ref).
  • Bij het afbouwen van psychofarmaca zoals antidepressiva, benzodiazepines, psychostimulantia, verslavingen en eetstoornissen en gedragsverslavingen (ref-1ref-2). De oorzaak is o.a. een toename van dynorfine (via de KOR-receptoren), dynorfine is het stofje dat het typische rebound-effect veroorzaakt (ref), bv. na het eten van exorfinen uit zuivel, gluten en soja.
  • Langdurig gebruik van opiaatpijnstillers (ref).
  • Langdurig gebruik van cannabis (THC) (ref).
  • DEHP – de meest gebruikte plastiek weekmaker, veroorzaakt vermindering van het aantal BDNF-receptoren (ref). Plastiek bevat tussen 1% en 40% DHEP.
  • Slaapdeprivatie verhoogt de afgifte van BDNF, maar dat effect is van korte duur. Bij langdurig slaaptekort, neemt BDNF af. BDNF is nodig om diep te kunnen slapen, vandaar dat de BDNF-stimulerende pruikzwam (ref) (Hericium erinaceus) helpt om door te slapen (ref).

Factoren die BDNF stimuleren:

  • Beweging (ref).
  • Zonlicht (ref).
  • Toename van NGF (zenuwgroeifactor) (ref), bv. door gebruik van curcumine (ref).  NGF is net zoals BDNF een neurotrofine.
  • Laagcalorisch dieet (ref) doet BDNF met 75% toenemen op drie maanden (ref).
  • Polyfenolen (ref).
  • Anandamide, een van de twee lichaamseigen stofjes die het endocannabinoïde systeem activeren (ref). Anandamide verhoogt men met FAAH-remmers zoals kaempferol (ref). Anandamide heeft het voordeel dat het glutamaat afremt in de presynaptische ruimte (ref), waardoor glutamaat geen kans krijgt om stress te veroorzaken. In tegenstelling tot GABA dat glutamaat afremt in de postsynaptische ruimte (ref). Bovendien heeft anandamide (net als 2-AG) een retrograde werking, het kan tegen de stroom ingaan én is samen met 2-AG de enige neurotransmitter die de genen direct aanstuurt zonder de hulp van andere stofjes, bijvoorbeeld om stress af te remmen. Dat betekent dat anandamide bliksemsnel werkt, in fracties van een seconde…
  • Via het verbeteren van de endorfinegevoeligheid (ref), bv. door apigenine (ref).
  • Meditatie (ref).
  • Sociaal contact (ref).
  • Endorfine (ref).
  • DHA (omega-3) (ref).
  • Apigenine (ref).
  • Curcumine (ref-1ref-2)
  • Fisetine (ref).
  • Kaempferol (ref).
  • Caryofylleen (ref).
  • Pruikzwam (Hericium erinaceus) (ref).
  • Pijnboomschorsextract (ref).
  • Magnesium (ref).
  • Rhodiola (ref).

7. Het endocannabinoïde systeem en GABA

Het endocannabinoïde systeem (ECS) bestaat uit de CB1- en de CB2-receptoren, die de neurotrofe werking van BDNF activeren (ref). 2-AG, een endocannabinoïde, herstelt de gevoeligheid van GABA bij lage concentraties (ref-1 – ref-2ref-3). Lage concentraties ontstaan bijvoorbeeld bij het afbouwen en stoppen met benzodiazepines.

Overstimulatie van de CB1-receptoren veroorzaakt 2-AG-resistentie, bijvoorbeeld door een linolzuurrijk dieet, toxische stress, trauma’s, cannabis, antidepressiva, opioïde pijnstillers, paracetamol en een hoogcalorisch dieet. Om de gevoeligheid van 2-AG te herstellen – en van hieruit ook de GABA-gevoeligheid – dient men de CB1-stimulerende factoren te verminderen. Maar er is nog een andere oorzaak waarom er te weinig 2-AG is, namelijk cortisol.

Een van de belangrijkste oorzaken waarom mensen te weinig 2-AG hebben zijn lage cortisolwaarden en cortisolresistentie. Cortisol activeert de vrijgave van 2-AG (ref). Het ontstekingsremmende effect van cortisol ontstaat door 2-AG te activeren bij stress en ontstekingen (ref-1ref-2ref-3ref-4ref-5ref-6).

2-AG is de centrale regulator van anti-inflammatoire reacties via diverse routes (ref-1 – ref-2ref-3). Bovendien heeft 2-AG een rustgevend effect omdat het de gevoeligheid van GABA verhoogd. Corticosteroïden hebben veel bijwerkingen, zeker als ze langdurig gebruikt worden. Vanuit deze context is caryofylleen – een 2-AG-imitator, een vervangmiddel voor cortisoltherapie, zonder de nadelen.

De CB1-receptoren remmen GABA en de CB2-receptoren stimuleren GABA (ref-1ref-2 – ref-3). Deze tegengestelde werking is kenmerkend voor het het endocannabinoïde systeem dat de centrale regulator is van homeostatische reacties zoals het energiemetabolisme en het beloningssysteem (ref) (schematisch voorbeeld). Bijvoorbeeld de CB1-receptoren bevorderen insulineresistentie en de CB2-receptoren herstellen de insulinegevoeligheid.

Tijdens de ‘opleiding endocannabinoïde systeem‘ wordt dieper ingegaan op de verschillende factoren die het endocannabinoïde systeem aansturen, ontregelen en herstellen.

Werkingsmechanisme van benzodiazepines 

1. GABA is een efficiënte glutamaat-remmer

Benzodiazepines hebben een rustgevende en ontspannende werking via het activeren van de GABA-receptoren. GABA is de meest efficiënte glutamaatremmer, wat gelijk de reden is waarom benzodiazepines zo populair zijn. Hyper-glutamaat veroorzaakt stress en spanningen in het lichaam. Om hyper-glutamaat onder controle te krijgen heeft het lichaam grote hoeveelheden GABA nodig. Vroeg of laat eindigt dit in epigenetische correcties, een daarvan is GABA-resistentie.

Resistentie is het proces waarbij neurotransmitters en hormonen niet meer zo goed werken. De reden is uitputting. Net zoals teveel suiker insulineresistentie en teveel stress cortisolresistentie veroorzaakt, zal hyper-glutamaat GABA-resistentie veroorzaken. Benzodiazepines kunnen GABA-resistentie voor een kortere periode compenseren door nog méér GABA te activeren. Maar het gevolg is wel dat GABA nog resistenter wordt. Vandaar dat slaap-en kalmeermiddelen na een tijd hun werking verliezen en men hoger moet doseren. Benzodiazepines zijn snelle oplossingen met nadelige langetermijneffecten. Op elke bijsluiter staat dat de behandeling maximaal 8 tot 12 weken mag duren. Desondanks zijn er 700.000 chronische gebruikers van benzodiazepines in Nederland (ref). Bovendien creëren slaapmiddelen een kunstmatige slaap, waardoor men ’s morgens niet goed is uitgerust.

Alle psychofarmaca – met uitzondering van antipsychotica – zijn gebaseerd op het overstimuleren van neurotransmitters. Chemische overstimulatie leidt altijd tot resistentie, een basisdynamiek van de epigenetica. Het bijkomende probleem is dat overstimulatie en resistentie niet alleen neurotransmitters ontregelen maar ook vitale functies zoals DNA-regulatie, immuniteit, kankerverweer, antioxidanten en energie.

Twee chemisch niet aan benzodiazepines verwante slaapmiddelen zijn zolpidem, een imidazopyridinederivaat en zopiclon, een cyclopyrrolonderivaat. Zolpidem (Stilnoct) en zopiclon zijn de meest voorgeschreven inslaapmiddelen en worden niet ingedeeld bij de benzodiazepines, hoewel ze wel werken als een GABA-A-agonist (ref). Zolpidem en zopiclon werken tevens als een GABA-versterker, een stofje dat GABA ‘opjaagt’, de technische naam is GABAA receptor positieve allosterische modulator (ref-1ref-2). Zolpidem en zopiclon zijn erg verslavend omdat ze een forse toename van dopamine veroorzaken (ref-1 ref-2), wat deels verklaart waarom deze twee middelen ook populair zijn als recreatieve drug. Het vermindert bijvoorbeeld het ‘knarsetanden’ bij gebruik van speed en cocaïne.

Baclofen is een spierverslapper en werkt als een GABA-B-agonist, in tegenstelling tot benzodiazepines, zolpidem en zopiclon dat GABA-A-agonisten zijn (ref).

2. GABA is een efficiënte stressremmer

Het klassieke stresssysteem – ook wel HPA-as genoemd – is een langzame reactie op stressprikkels. Het duurt 10 à 30 minuten eer de HPA-as cortisol activeert (ref). Cortisol remt vervolgens de productie van CRH en ACTH, de twee stresshormonen van de HPA-as.

De HPA-as is een gedateerd model dat niet overeenkomt met de actuele kennis die we hebben over de regulatie van stress. In realiteit zijn er bij de HPA-as regulatie meer dan 20 stofjes betrokken. Cortisol activeert bijvoorbeeld 2-AG (ref), een van de twee stofjes van het endocannabinoïde systeem. 2-AG heeft zowel een stress-remmende én een anti-inflammatoire werking (ref-1 – ref-2 – ref-3 – ref-4 – ref-5 – ref-6). 2-AG heeft zelfs geen cortisol aansturing nodig om stress te remmen omdat 2-AG wordt aangestuurd door andere stofjes. Caryofylleen is een stofje dat 2-AG imiteert.

Het lichaam beschikt over verschillende stress-remmende stofjes met een onmiddellijk effect. Wat heb je aan de klassieke HPA-as als je een presentatie moet geven voor een groot publiek? Wachten tot cortisol na 10 à 30 minuten wordt geactiveerd om rustig te worden?

Het is nog maar de vraag of cortisol effectief is in het remmen van stress, aangezien cortisol een forse toename van glutamaat veroorzaakt in de hippocampus (ref), het deel van onze hersenen dat stress reguleert. Hoe meer cortisol, hoe minder goed de hippocampus in staat is om stress te verwerken. Cortisol is neurotoxisch omdat het de cellen van de hippocampus vernietigt (ref-1ref-2), een proces dat hippocampus-atrofie noemt. Een toestand die vaak voorkomt bij hyper-glutamaat gerelateerde aandoeningen. De vraag is dan, wat is het nut van cortisol medicatie? Een derde van de mensen ouder dan 55 jaar heeft hippocampus-atrofie (ref) en het komt vaker voor bij mensen die reeds op jonge leeftijd hyper-glutamaat-symptomen hebben zoals bij PTSS, depressie, ADD, autisme, kanker, CVS, fibromyalgie etc… (ref-1ref-2ref-3ref-4ref-5). Hardnekkige vergeetachtigheid is een van de voorstadia bij het ontwikkelen van hippocampus-atrofie.

Om terug te komen bij de HPA-as; CRH en ACTH worden ook geremd door stofjes met een onmiddellijk rustgevend effect zoals oxytocine, GABA, endorfine, endogene morfine, anandamide, 2-AG, glycine en zelfs dopamine, dat op zijn beurt glycine activeert. Wat gelijk de reden is waarom (de meeste) mensen rustig worden van methylfenidaat. Hoewel, een tweede reden is dat methylfenidaat endorfine activeert en de productie van endogene morfine stimuleert (ref-1ref-2ref-3 – ref-4ref-5). L-dopa, de voorstof van dopamine, is tevens de voorstof (precursor) van endogene morfine (ref).

Stress is niet altijd het gevolg van een fysieke of emotionele bedreiging. Het kan net zo goed ontstaan door fysiologische reacties die we niet direct met stress associëren zoals het beloningssysteem. Elke keer als het beloningssysteem wordt geactiveerd, komt er nadien glutamaat vrij dat vervolgens dopamine afremt. Glutamaat veroorzaakt een overactieve HPA-as omdat het zorgt voor een forse toename van CRH en ACTH (ref-1ref-2).

Glutamaat activeert antibeloning, dat is niet zo prettig, maar zonder glutamaat zouden we psychotisch worden. Wat ook het geval is bij mensen met psychose, bij hun is de glutamaat huishouding ontregeld (ref), waardoor ze teveel dopamine hebben. Teveel dopamine betekent een onrealistische beleving van de realiteit, een beetje zoals cocaïnegebruikers. We zien het ook bij mensen met een bipolaire stoornis als ze een hypomanie episode hebben (ref) en bij verliefdheid.

Als het beloningssysteem abnormaal wordt gestimuleerd – bijvoorbeeld door troostvoeding, linolzuur, gaming, porno, alcohol en geneesmiddelen, dan wordt de antibeloning-reactie elke keer heftiger. Tot op het punt dat er meer antibeloning is dan beloning. Dat is het punt waarin onze maatschappij is beland. Het streven naar onmiddellijk en constant genot heeft ons gebracht naar een constante aanvoer van antibeloning, een bijzonder onprettig gevoel, dat we compenseren met méér genot. Verslaving heeft weinig te maken met genot, maar met het vermijden van antibeloning. Want als we verslaafd zijn genieten we niet langer. We proberen de stress te vermijden die antibeloning veroorzaakt.

Het krampachtig willen vermijden van antibeloning is de basisdynamiek van eetstoornissen, seks- en pornoverslaving, relatieverslaving, suikerverslaving, werkverslaving en noem maar op. Elke verslaving heeft dezelfde dynamiek. Het is eigenlijk heel eenvoudig om te begrijpen, maar niet zo makkelijk om toe te passen. We kunnen dit patroon doorbreken door bewustwording en vervolgens onze levensstijl veranderen. Ik zeg vaak aan cliënten: ‘Minder is meer.’ Met minder geniet je meer. Dat soort reclame zie je eigenlijk niet op televisie….

Misschien had ik dit stukje moeten voorzien van een andere titel: ‘GABA is één van de efficiënte stress-remmers’. Vanuit mijn ervaring als epigenetisch therapeut en lesgever in de integrale epigenetica, merk ik dat zorgverleners een vernauwd beeld hebben van stressregulatie. Men kent de HPA-as en GABA. Vaak stopt het daarbij. Begrijp me niet verkeerd, GABA is prima om stress af te remmen, maar waarom zou je alleen GABA willen als je alles kan hebben? Zoals we verder zullen zien, is het endocannabinoïde systeem cruciaal voor de stressverwerking en het ervaren van innerlijke rust.

3. Het probleem met gewenning

Benzodiazepines verhogen niet alleen GABA, maar tevens dopamine  (ref-1ref-2ref-3ref-4 – ref-5). Concreet betekent het dat benzodiazepines een dubbele gewenning creëren. Deze afhankelijkheid ontstaat reeds na een paar dagen tot een week. Ondanks dat er weinig tot geen bewijs is dat benzodiazepines na 4 maanden gebruik nog werkzaam zijn (ref-1ref-2), worden deze middelen vaak jarenlang gebruikt. De reden is dat stoppen met benzodiazepines het probleem alleen maar verergert, méér dan voor men het middel begon te gebruiken. Psychiater Jason Yanofski noemt dit fenomeen ‘paradoxale decompensatie’ (ref). Hetzelfde zien we bij antidepressiva, psychostimulantia en opioïde pijnstillers, maar ook bij eetstoornissen, troostvoeding en gedragsverslavingen. Om paradoxale decompensatie te temperen is een plan van aanpak nodig dat wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Afbouwen van benzodiazepines’ en ‘De weg naar herstel’.

4. Het probleem met insuline

GABA en glutamaat spelen een belangrijke rol in de werking van insuline. Wanneer de bloedsuikerspiegel stijgt, zorgt glutamaat ervoor dat er insuline wordt vrijgegeven door de insuline-producerende bètacellen van de pancreas (ref). Insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel door de omzetting van glucose in energie (ATP). Tegelijkertijd komt er GABA vrij, dat de vrijgave van glucagon stimuleert, het hormoon dat de bloedsuikerspiegel doet stijgen. Deze twee dynamieken –glutamaat/insuline en GABA/glucagon – trachten de bloedsuikerspiegel constant in evenwicht te houden. Een evenwicht dat raakt verstoord door benzodiazepines.

De GABA-gevoeligheid correleert met de insuline-gevoeligheid: bij GABA-resistentie ontstaat insulineresistentie. Deze conclusie is al meer dan 30 jaar bekend, maar het is pas recentelijk dat men de GABA/insuline connectie daadwerkelijk in verband brengt met het ontstaan van diabetes type 1 en 2 (ref-1ref-2ref-3 – ref-4ref-5).

Hyper-glutamaat wordt door verschillende onderzoekers gezien als de belangrijkste oorzaak van diabetes type 2 en niet-erfelijke type 1 (ref-1ref-2ref-3). Dit betekent dat glutamaat-remmers diabetes in remissie brengen (ref-1ref-2). Behandelen vanuit oorzaken betekent dat men in de eerste plaats de levensstijl dient te veranderen en vervolgens suppleren om de epigenetische correcties te ondersteunen. In de natuurgeneeskunde kennen we de FAAH-remmers zoals kaempferol, CB2-agonisten zoals caryofylleen en glycine die fungeren als efficiënte glutamaat-remmers.

Steeds meer onderzoekers zien Alzheimer en hersen-diabetes, ook wel diabetes type 3 genaamd, als één aandoening (ref-1ref-2). Het degeneratief effect van hyper-glutamaat bij diabetes en neurodegeneratieve aandoeningen is gelijkaardig (ref). Hyper-glutamaat bevordert celdood via de toename van oxidatieve en nitrosatieve stress en mitochondriale dysfuncties (ref-1ref-2ref-3). Bij Alzheimer zien we glutamaat gerelateerde celdood in de hersenen (ref-1ref-2) en bij diabetes in de pancreas, meer bepaald in de bètacellen van de eilandjes van Langerhans, waar insuline wordt aangemaakt (ref-1ref-2ref-3). Aangezien (neuro)degeneratieve aandoeningen dezelfde apoptose-gemedieerde dynamiek hebben met hyper-glutamaat in de hoofdrol, kunnen we vervolgens behandelen vanuit oorzaken.

GABA regenereert de aanmaak van bètacellen in van de eilandjes van Langerhans bij diabetes type 1 en 2 (ref-1ref-2). Dit betekent concreet dat GABA diabetes in remissie brengt door de insuline-producende cellen te herstellen. Op voorwaarde dat GABA niet resistent is. Benzodiazepines boycotten dit herstelmechanisme.

Tot dusver hebben we het belang van GABA besproken bij stress, slaapproblemen, verslavingen, trauma’s, immuun-aandoeningen, oxidatieve en nitrosatieve stress, kanker, insulineresistentie en diabetes. Het voorgaande is een fractie van de totale impact van GABA op het welzijn. Ook hier geldt dat het herstellen van de GABA-gevoeligheid en het verminderen van hyper-glutamaat twee essentiële voorwaarden zijn om de functies van GABA intact te houden.

5. Complicaties op langere termijn

Er wordt weinig onderzoek gedaan naar de invloed van benzodiazepines op het ontstaan van chronische aandoeningen. Dat geldt zo voor alle psychofarmaca. Gebruik van benzodiazepines verhoogt de kans op Alzheimer met 34% na 3 à 6 maanden gebruik en met 84% na meer dan een half jaar (ref-1ref-2 ref-3). De voorgaande cijfers tonen aan wat het effect is van GABA-resistentie op degeneratieve processen. Bij jonge vrouwen neemt de kans op een hartinfarct toe met 1700% (ref). Andere complicaties van benzodiazepine gebruik zijn insulineresistentie, diabetes, vreetbuien, overgewicht, depressie, seksuele stoornissen en geheugenproblemen (ref-1ref-2ref-3ref-4ref-5). De vervroegde kans op overlijden stijgt met 9% door het gebruik van benzodiazepines (ref), volgens sommige onderzoeken is dit 30% en meer (ref-1ref-2 . ref-3ref-4).

Waarom mensen benzodiazepines gebruiken

1. Glutamaat

De belangrijkste reden waarom mensen benzodiazepines gebruiken zijn terug te leiden tot problemen met de glutamaat-huishouding, hoewel de oorzaken van het glutamaat-probleem kunnen verschillen. Het verband tussen GABA en glutamaat werd eerder besproken in het hoofdstuk ‘GABA‘ bij punt 3: ‘GABA en glutamaat‘.

Glutamaat is een neurotoxische stof die via oxidatieve en nitrosatieve stress en mitochondriale dysfuncties, celdood kan veroorzaken in de weefsels en organen. De neurotoxiciteit van glutamaat wordt versterkt door cortisol en calcium (ref), vandaar dat zuivelproducten en calcium inname via voedingssupplementen zijn af te raden. Bij volwassenen leidt inname van calcium tot breinschade (ref). Melk heeft nog andere schadelijke effecten op de glutamaat-huishouding: het remt de antioxidantcapaciteit van polyfenolen met 70% (ref) en blokkeert de opname van cysteïne in de cellen (ref). Cysteïne is noodzakelijk voor de aanmaak van gluthation, een van de belangrijkste intracellulaire glutamaat-remmers.

Hyper-glutamaat wordt in verband gebracht met (neuro)degeneratieve aandoeningen (ref-1ref-2), inflammatie-gerelateerde depressie (ref), migraine (ref), tinnitus (ref-1ref-2), incontinentie (ref), immuun-aandoeningen, metabole aandoeningen, apneu (ref) en kanker (ref).

Hyper-glutamaat komt steeds vaker voor bij kinderen en wordt in verband gebracht met ADD/ADHD, depressie, diabetes, bedplassen, onthechting en opstandig, reactief en asociaal gedrag (ref-1 – ref-2ref-3ref-4). Steeds meer kinderen dragen een bril. Het scherptezicht in de ogen wordt gereguleerd door de GABA/glutamaat ratio. Als dit uit balans is wordt het netvlies (retina) aangetast door oxidatieve en nitrosatieve stress (ref). Op oudere leeftijd kan hyper-glutamaat leiden tot glaucoom, een degeneratieve aandoening van de ogen (ref-1ref-2ref-3 – ref-4).

Benzodiazepines zijn kortetermijnoplossingen met langetermijncomplicaties. Om de glutamaat-problematiek te verhelpen is een oorzakelijke aanpak nodig via epigenetische correcties.

2. Stress

De meeste mensen die benzodiazepines gebruiken hebben stress-gerelateerde problemen of andere complicaties veroorzaakt door hyper-glutamaat. Een teveel aan glutamaat belast het stresssysteem, wat gepaard gaat met onrust, slaapproblemen, angsten, gemoedswisselingen, prikkelbaarheid, vermoeidheid, somberheid, asociaal gedrag, onthechting, reactief en negatief gedrag. Glutamaat veroorzaakt spanningen in spieren en gewrichten. Sommige beschrijven dit alsof ze hun lichaam ervaren als een ‘harnas’. Hyper-glutamaat veroorzaakt toegenomen gevoeligheid voor pijn (ref),  vermoeidheid (ref) en in een vergevorderd stadium burn-out (ref), CVS (ref) en fibromyalgie (ref).

Chronisch stress maakt ons prikkelbaar. In combinatie met hyper-glutamaat kan dit een negatieve invloed hebben op de manier waarop men naar anderen communiceert. De reden is dat glutamaat neurotransmitters en hormonen ontregelt (bv. anandamide) die in verband staan met socialiseren, empathie, hechting en mededogen. Op maatschappij en relationeel vlak vertaalt dit zich in een steeds toenemende mate van niet-empatisch gedrag, reactief gedrag, agressie, asociaal gedrag, onthechting, egoïsme en de typische ik-cultuur.

3. Slaapproblemen

Iedereen heeft wel eens last van slapeloosheid door spanningen of emoties. Als het probleem blijft voorbestaan spreekt men van chronische slapeloosheid. De oorzaken zijn glutamaat-gerelateerde klachten zoals stress, verstoorde slaap- en waakcyclus, geneesmiddelengebruik, bloedsuikerschommeldingen, hyperhistamine, restless legs, ademhalingsproblemen (COPD, apneu), pijn, neurologische aandoeningen en psychiatrische aandoeningen zoals depressie. Het gebruik van alcohol, cafeïne, nicotine en psychofarmaca verergeren de slaapproblemen.

Ouderen hebben de meeste slaapproblemen. Het volgende onderzoek heeft de slaapkwaliteit geanalyseerd van 300 wilsbekwame rusthuisbewoners (ref): de benzodiazepine-gebruikers (BZD) meldden significant meer subjectieve problemen met de slaaplatentie, meer nachtelijk ontwaken en meer problemen met uitgerust opstaan. Tevens ervaarden ze een slechtere globale slaapkwaliteit in vergelijking met niet-gebruikers. Van de BZD-gebruikers was 42% een slechte slaper in vergelijking met 27% van de niet-gebruikers. De totale slaaptijd en de tijd om in slaap te vallen verschilden echter niet. Chronische BZD-gebruikers meldden een slechtere slaapkwaliteit in vergelijking met niet-gebruikers. Deze studie brengt geen argumenten aan voor de doeltreffendheid op lange termijn van BZD’s als slaapmiddel.

Slaapproblemen worden aan de basis veroorzaakt door een ontregeling in de glutamaat/GABA balans. Glutamaat verstoort het slaap- en waakritme, zowel het inslapen en het doorslapen via diverse routes. Glutamaat inactiveert melatonine in de nucleus suprachiasmaticus, dit is het deel van de hersenen dat de slaapcyclus reguleert onder invloed van melatonine (ref-1ref-2). Glutamaat verkort en verstoort de non-remslaap (ref-1  ref-2), dit is de beginfase van de slaap waarin een geleidelijke vertraging van de hersengolven optreedt. In deze fase zijn de ogen en de spieren rustig en ontspannen. Deze periode kent vier stadia: sluimer, inslaap, slaap en diepe slaap. Hyper-glutamaat veroorzaakt GABA-resistentie, waardoor men moeite heeft met inslapen en/of doorslapen.

Melatonine is geen ‘slaap’-middel zoals wel eens wordt gedacht, maar een stof die het lichaam voorbereid om te gaan slapen. Melatonine versterkt de werking van GABA (ref), zodat we ontspannen. Melatonine is net als GABA een directe glutamaatremmer, maar minder efficiënt (ref). Bij mensen met glutamaat-problemen is melatonine geen afdoend middel, vanwege de GABA-resistentie problematiek. In dat geval is het beter om de oorzaken van hyper-glutamaat aan te pakken.

Glycine is een middel dat een gelijkaardig effect heeft dan melatonine. Glycine reguleert net zoals melatonine het bioritme in de nucleus suprachiasmaticus, het deel van de hersenen dat de slaapcyclus reguleert (ref). Glycine heeft nog een bijkomend voorbeeld, het gaat de concurrentie aan met glutamaat, door glutamaat van de receptoren te verdringen, de term hiervoor is ‘competitieve NMDA-receptor-agonist’ (ref-1ref-2). Glycine is een conditioneel semi-essentieel aminozuur (ref – ref-2). Dit betekent dat in normale omstandigheden het lichaam voldoende glycine aanmaakt, maar in een periode van stress en ziekte ontstaat een tekort. Bij hyper-glutamaat wordt de voorraad glycine al snel uitgeput. Glycine kan men best combineren met een goed opneembare magnesium zoals magnesiumbisglycinaat en een half uur voor het slapengaan innemen. Magnesium versterkt de werking van endorfine (ref), een hormoon dat de aanmaak van melatonine stimuleert (ref). Sommige mensen met genetische defecten (SNP’s) ervaren stress als ze glycine innemen, dit betreft een zeer klein deel van de bevolking. 

Slaapapneu is een toestand waarbij men tijdens het slapen regelmatig even stopt met ademhalen. Bij apneu zien we lage GABA-waarden en hoge glutamaat-waarden (ref). Apneu kan ook voorkomen bij baby’s, in dat geval kan de ademhaling helemaal stoppen en spreken we van wiegendood. Uit onderzoek blijkt dat wiegendoos bijna niet voorkomt bij baby’s die gevoed worden met moedermelk. De reden is dat koemelk 10 keer meer caseïne-opiaten bevat (exorfinen). Medicinale opiaten hebben de eigenschap om in te hoge doseringen ademhalingsstilstand te veroorzaken, dit geldt ook voor opiaten uit voeding (ref-1ref-2). Onderzoek wijst uit dat bij baby’s met apneuproblemen hoge exorfinen-waarden werden aangetroffen en lage DPP-IV-enzym waarden (ref), DPP-IV is het enzym dat exorfinen afbreekt.

4. Trauma’s 

Mensen met traumatische ervaringen hebben een verminderde GABA-werking en aanmaak. Trauma’s veroorzaken epigenetische veranderingen met een verminderde GAD-enzym werking en verhoogde FAAH-enzym werking tot gevolg.

Het GAD-enzym (glutamaatdecarboxylase) breekt glutamaat af in GABA. Deze enzymatische reactie heeft twee functies; de aanmaak van GABA en de afbraak van glutamaat. Zolang het GAD-enzym voldoende wordt aangemaakt is er geen GABA tekort. Echter door geweld, toxische stress, psychische trauma’s, ouderlijke verwaarlozing en misbruik ontstaan epigenetische adaptaties waardoor er minder GAD-enzym wordt aangemaakt in de hippocampus, het deel van de hersenen dat stress verwerkt (ref-1ref-2). Andere oorzaken waardoor het GAD-enzym minder goed werkt zijn chronische pijn, oxidatieve en nitrosatieve stress en genetische defecten (SNP’s) (ref).

Een afgenomen GAD-werking heeft een negatief op het endocannabinoïde systeem omdat het de expressie van CB1-receptor vermindert (ref), waardoor anandamide en 2-AG – de twee endocannabinoïden die CB1 activeren – minder goed werken. Anandamide en 2-AG zijn samen met waterstof (H2) en melanine (niet te verwarren met melatonine) de meeste efficiënte stoffen in het remmen van oxidatieve en nitrosatieve stress.

Het FAAH-enzym breekt anandamide, 2-AG en PEA af. De hoeveelheid anandamide is een van de belangrijkste factoren hoe we stress en trauma’s kunnen verwerken. Is er te weinig anandamide, dan heeft men meer moeite om te verwerken. Onderzoek wijst uit dat mensen met PTSS een te snelle FAAH-enzym werking hebben door genetische defecten (SNP’s), waardoor er te weinig anandamide is (ref). Een verhoogde werking van FAAH wordt in verband gebracht met trauma-gerelateerde stoornissen zoals depressie en verslaving (ref-1ref-2). Kaempferol is de meest krachtige natuurlijke FAAH-remmer (ref).

HDAC-remmers verhogen de aanmaak van het GAD-enzym, waardoor GABA toeneemt. HDAC-remmers zorgen tevens voor de toename van BDNF, de belangrijkste GABA-modulator (ref). Kaempferol is een efficiënte HDAC-remmer (ref).

5. Voeding

Volgens het voedingscentrum in Nederland moeten we elke dag brood eten met een dikke laag margarine. Het voedingscentrum wordt geleid door een ex-voedingswetenschapper van Unilever, het bedrijf dat Nederland zo ver gekregen heeft te laten geloven dat margarine en halvarine gezonder is dan boter met de leuze ‘linolzuur is goed voor je’.

Gluten veroorzaakt bij 12% van de bevolking antistoffen tegen het GAD-enzym (ref), het enzym dat glutamaat omzet in GABA. Concreet betekent het dat een op acht mensen een GABA-tekort heeft, alleen al door het eten van brood, pasta en gebak. Andere factoren die het GAD-enzym afremmen zijn een trauma’s,  té vetrijk dieet, E621 (smaakversterker) en overgewicht. Calorierestrictie zorgt voor een betere GAD-werking (ref).

Margarine bevat vooral linolzuur. Naast dat het in de reclame goed zou zijn voor hart en bloedvaten, vinden we daar weinig van terug in niet-gesponsord onderzoek. Weinig mensen weten dat linolzuur ‘verslavende’ eigenschappen heeft door overstimulatie van de CB1-receptoren van het ECS (ref). CB1 is de ‘verslavingsreceptor’ die dopamine activeert. Telkens je vetten eet met veel linolzuur zoals bewerkte voeding, chocopasta, gefrituurde voeding, mayonaise en andere Unilever-sausjes, gaat de dopamine jukebox op volle toeren draaien. Maar het heeft ook een keerzijde, CB2 – de andere receptor van het ECS – wordt ‘lui’. CB1-overstimulatie zorgt er immers voor dat de CB2-activiteit wordt gedempt (ref). Laat het nou net de CB2-receptor zijn die nodig is om GABA in goede conditie te houden. Concreet, van teveel linolzuur krijg je GABA-problemen en stress.

De CB1-receptoren zijn verbonden met de smaakreceptoren die de zoete smaakgewaarwording reguleren. Bij overstimulatie van de CB1-receptoren neemt de zoetvoorkeur toe met 120%  (ref). CB1-overstimulatie veroorzaakt leptine-resistentie (ref), waardoor we voortdurend trek hebben in eten. Linolzuur werkt vanuit deze dynamiek suikerverslaving, vreetaanvallen en overgewicht in de hand.

CB1-overstimulatie activeert de dopamine vrijgave (ref). Dopamine geeft je het gevoel dat je alles onmiddellijk kan hebben. In realiteit heeft dopamine weinig te maken met hebben, maar meer met verwachten. Eenmaal je iets hebt, wil je het volgende. Dopamine is onverzadigbaar, het is een soort drug die ons tot actie aanzet, maar die geen blijvende tevredenheid kan realiseren. Het is de drug van ambitie, geld, hebzucht en macht. Zonder dopamine zou reclame er anders uitzien.

Anandamide daarentegen is het stofje die ons blij maakt met wat we hebben. We hoeven niet meer te hebben om ons gelukkig te voelen. Anandamide is ‘een toestand van zijn’, terwijl dopamine ‘een toestand van verwachting’ is. Zowat alle verslavende stofjes zorgen ervoor dat ons lichaam méér dopamine wil. CB1-overstimulatie door linolzuur, alcohol, suiker en andere factoren maakt anandamide resistent en doen ons hunkeren naar meer dopamine.

Melk, een andere heilige graal in Nederland, wil je best mijden. Caseïne – het melkeiwit dat je ook terugvindt in kaas, remt de opname van cysteïne in de cellen zodat er glutathion tekort ontstaat (ref). Glutathion is samen met anandamide en 2-AG – twee centrale stofjes die het endocannabinoïde systeem activeren, de sterkste intracellulaire glutamaat-remmer. Andere glutamaat-remmers zijn vooral actief in de synapsen, dit is de extracellulaire ruimte tussen twee zenuwcellen. Eenmaal de glutamaat-concentratie in de cellen toeneemt – bv. bij COVID-19 ref –  heb je dus meer aan glutathion, anandamide en 2-AG.

6. Hypoglycemie en insulineresistentie

De bloedsuikerwaarden correleren met de GABA-gevoeligheid. Telkens onze bloedsuiker zakt onder de normale waarde (hypoglycemie) wordt GABA acuut resistent (ref). Aangezien GABA de sterkste glutamaatremmer is, ontstaat een acute toestand van hyper-glutamaat. Deze toestand wordt door de natuurgeneeskunde vaak geïnterpreteerd als ‘reactieve hypoglycemie’, maar wat er werkelijk aan de hand is, is een acuut malaisegevoel veroorzaakt door glutamaat. Om deze negatieve gemoedstoestand te compenseren, eten we vaker koolhydraten, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Deze dynamiek zien we ook bij eetstoornissen en verslavingen.

GABA is een belangrijke regulator van insuline. Bij GABA-resistentie zijn de bloedsuikerwaarden onstabiel omdat de gevoeligheid van insuline afneemt. Benzodiazepines dempen glutamaat-stress, net zoals suiker, snelle koolhydraten en alcohol.

7. Alcohol

Alcohol is tegelijk stimulerend door toename van dopamine en sederend door het activeren van GABA. Alcohol is een zeer sterke glutamaat-remmer, zelfs in kleine hoeveelheden (ref), wat gelijk de reden is waarom het zo populair is. Alcohol doet je ‘ontstressen’ maar nadien komt de stress eens zo hard aan. Frequent alcoholgebruik heeft een nefast effect op zowat alle factoren die GABA reguleren. De korte- én langetermijneffecten van alcohol zijn GABA-resistentie, BDNF depletie, 2-AG-resistentie en verminderde werking van de CB1-receptoren (ref-1ref-2ref-3).

Bij mensen met hyper-glutamaat kunnen de na-effecten van alcohol dagenlang aanslepen, ook na één glaasje wijn. Het gaat veelal gepaard met slaapproblemen, vermoeidheid en onrust. Wie benzodiazepines wil afbouwen kan beter alcohol mijden, zelfs in kleine hoeveelheden. Dit geldt zeker al voor de mensen met TRPV1-overgevoeligheid, wat verder wordt besproken.

8. Koffie

De meeste mensen drinken koffie omdat ze het gevoel hebben dat ze er wakkerder door worden en meer (schijn)energie krijgen. Dat effect ontstaat doordat koffie het stresssysteem aanzet en de GABA-huishouding onderdrukt. Twee eigenschappen die – als je met benzodiazepines wil stoppen, best kan vermijden.

Cafeïne zorgt voor een toename van histamine door remming van diamine oxidase (DAO), het enzym dat histamine afbreekt (ref). Histamine veroorzaakt toename van stress en angst, dat grotendeels door GABA wordt opgevangen. Wie ’s morgens een kop koffie drinkt, maakt minder cortisol aan, een hormoon dat nodig is om 2-AG te activeren, het stofje dat de gevoeligheid van GABA reguleert (ref-1 – ref-2). Koffie stimuleert de vrijgave van glutamaat in de hersenen, waardoor het stresssysteem in actie schiet (ref-1 – ref-2). Bovendien veroorzaakt koffie insulineresistentie, waardoor er meer bloedsuikerschommelingen ontstaan (ref-1ref-2ref-3ref-4).  Bij een lage bloedsuiker, raakt GABA tijdelijk resistent (ref waardoor glutamaat de hoogte in schiet. Cafeïne is een glycine-remmer (ref). Glycine is het aminozuur dat glutamaat verlaagt en het inslapen bevordert (ref-1ref-2).

9. TRPV1-overgevoeligheid

Cafeïne en alcohol zijn TRPV1-agonisten (ref), dit zijn stofjes die de TRPV1-receptoren activeren en bij mensen met TRPV1-overgevoeligheid een forse toename van glutamaat en stress kunnen veroorzaken (ref). TRPV1-overgevoeligheid zorgt voor een malaisegevoel en is een belangrijke reden waarom mensen benzodiazepines gebruiken.

De TRPV1-receptor, ook gekend als de capsaïcine en vanilloïde receptor is een ionkanaal die de transmissie van signalen binnen de zenuwcellen reguleert en is betrokken bij de regulatie van stress, pijn en de lichaamstemperatuur (ref-1ref-2ref-3). De TRPV1-receptoren bevinden zich in de huid, hersenen, ruggenmerg en het perifere zenuwstelsel met in het bijzonder het gastro-intestinale traject. TRPV1 zorgt er tevens voor dat endorfine niet resistent wordt onder normale omstandigheden (ref).

De TRPV1-receptor is uitermate gevoelig en heeft weinig stimulatie nodig. Externe factoren kunnen dit evenwicht snel verstoren. TRPV1-overgevoeligheid kan ontstaan door overstimulatie van endorfine door opioïde pijnstillers, paracetamol en NSAID’s (ref-1ref-2ref-3ref-4). Andere factoren die endorfine overstimuleren zijn alcoholmisbruik, acute en chronische pijn, algehele en lokale verdoving (bv. tandarts), trauma’s en toxische stress (ref-1ref-2ref-3ref-4). Een andere oorzaak van TRPV1-overgevoeligheid is oxidatieve en nitrosatieve stress (ref).

TRPV1-overgevoeligheid is een belangrijke oorzaak van chronische ontstekingen (ref). TRPV1-gerelateerde-inflammatie speelt een rol bij het ontstaan van depressie, borderline, OCS, angst- en slaapstoornissen  (ref-1ref-2ref-3).

TRPV1-overgevoeligheid ontstaat tevens door het gebruik van geneesmiddelen die piperidine bevatten (niet te verwarren met piperine) (ref).  Piperidine wordt toegevoegd in de meeste antipsychotica en methylfenidaat – een geneesmiddel voor de behandeling van ADD/ADHD (ref).  Piperidine komt ook voor in sommige antidepressiva, benzodiazepines en andere geneesmiddelen (ref). De lijst met geneesmiddelen die piperidine bevatten kan men raadplegen op deze pagina.

Verzuring en een hoge base zijn sterke TRPV1-activators (ref). Te hoge doseringen bètacaroteen, vitamine A en vitamine B3 (nicotinezuur) werken eveneens als een TRPV1-agonist (ref-1ref-2). Andere TRPV1-agonisten en activators zijn EMF (bv. GSM-straling),  nicotine, luchtvervuiling, geuren, de rook van verhitte vetten (bv. gebakken vlees) en een uitgebreide lijst chemische stoffen (ref-1ref-2).

TRPV1-overgevoeligheid komt vaker voor bij mensen met GABA-resistentie, slaap- en stressproblemen, CVS, PTSS, fibromyalgie, depressie en hyper-glutamaat. Vaak reageren ze overgevoelig op cafeïne en alcohol en op middelen die het endorfinesysteem beïnvloeden zoals LDN (low dose naltrexone) en apigenine. Andere stofjes die TRPV1-overgevoeligheid kunnen aanwakkeren zijn piperine – een stof die gebruikt wordt om de opname van voedingssupplementen te verhogen, exorfinen (opiaten uit gluten, zuivel en soja), vanille, mosterd, gember, wasabi en capsaïcine, een stof dat in hete pepers zit (ref-1ref-2ref-3ref-4ref-5).

CB2-agonisten verminderen TRPV1-overgevoeligheid (ref), bijvoorbeeld caryofylleen, een selectieve CB2-agonist van het endocannabinoïde systeem (ref).

10. Psychostimulantia

Methylfenidaat en dextro-amfetamine zijn de meest gebruikte psychostimulantia. Ze worden voorgeschreven bij mensen met ADD/ADHD, vermoeidheidsklachten, burn-out en narcolepsie. Psychostimulantia veroorzaken slaapproblemen, ook nadat ze zijn uitgewerkt. Methylfenidaat bevat piperidine, een stof die TRPV1-overgevoeligheid kan veroorzaken. Zowel methylfenidaat en dextro-amfetamine veroorzaken endorfine overstimulatie (ref-1ref-2), een andere factor die TRPV1-overgevoeligheid kan uitlokken.

11. Cannabis

Cannabis is de meest populaire drug die ondertussen in een derde van de staten van Amerika is gelegaliseerd. Niet omdat het een ‘gezond’ middel is, maar omdat legaliseren nu eenmaal meer opbrengt voor de schatkist dan drugsdealers. De meeste argumenten en studies die het gebruik van psychoactieve cannabis (THC) promoten, hebben het over de kortetermijneffecten. THC is inderdaad een middel dat ontspant, je slaapt er beter door, het kan mensen met autisme helpen om beter te functioneren en het doet ook wel wat met kanker en ontstekingen. Ga je vervolgens naar de langetermijneffecten kijken, ziet het er minder rooskleurig uit.

Langdurig THC-gebruik veroorzaakt GABA-resistentie en hyper-glutamaat (ref-1 – ref-2). THC doet met het endocannabinoïde systeem, wat opioïde pijnstillers doen met endorfinesysteem, het zorgt voor een ontzettende overstimulatie. Dat gaat even goed, maar op langere termijn wordt het endocannabinoïde systeem resistent. Op dat moment krijg je net het omgekeerde effect. Cannabis is geen middel om de afbouw van benzodiazepines te vergemakkelijken omdat het probleem alleen maar verergert.

Langdurig gebruik van THC veroorzaakt downregulatie van de CB1-receptoren (ref), deze activeren de vrijgave van dopamine en activeren de werking van anandamide, een stofje dat mensen gelukkig en verbonden maakt. Wie vaak wiet rookt, heeft uitstelgedrag, voelt zich overdag suf en down en heeft problemen met het geheugen, motivatie en socialiseren. Duursporters zijn bijvoorbeeld verslaafd aan het effect van anandamide na hun training (ref-1 – ref-2) Als ze een paar dagen niet kunnen sporten – bv. door een blessure – voelen ze zich depressief, een rebound-effect van anandamide-overstimulatie (ref). Voor wie meer wil weten over de langetermijneffecten va, cannabis kan deze pagina raadplegen.

12. Histamine

Histamine is een stofje dat vrijkomt bij IgE-gemedieerde allergieën zoals astma, hooikoorts en voedingsallergieën. Stress – zowel fysiek en psychisch – doet histamine ook toenemen (ref-1ref-2ref-3). GABA wordt onder meer aangemaakt in de histaminerge-neuronen van de hersenen. GABA remt de histaminevrijgave en de stress-effecten van histamine (ref-).

Histamine bevordert de waaktoestand (ref). Blijft histamine hoog, dan ervaart men moeite met inslapen. Stress en histamine hebben een stimulerend effect op het activeren van dopamine. Sommige mensen zijn om deze reden ‘stressverslaafd’, ze halen hun motivatie en energie uit histamine. Als ze op vakantie gaan voelen ze zich de eerste dagen moe en neerslachtig, omdat de histamine-drive wegvalt. Deze dynamiek zie je ook bij mensen die vermoeidheid camoufleren door hard werken en ambitie.

Benzodiazepines (ref-1) en een aantal tricyclische antidepressiva zijn potente histamine-remmers (ref-1ref-2). Bij de SSRI- antidepressiva heeft vooral Citalopram (Cipramil®) een histamine remmende werking (ref).

13. Epilepsie

Epilepsie is een aandoening waarbij er teveel glutamaat in de hersenen circuleert en GABA niet goed werkt (ref-1ref-2ref-3). De behandeling bestaat uit anti-epileptica, dit zijn GABA-agonisten (ref). De aanvallen (insulten) worden uitgelokt door een glutaminerge trigger zoals stress (ref), alcohol (ref) en hypoglycemie (ref). Dynorfine is een natuurlijk anti-epilepticum dat de glutaminerge activiteit op de NMDA-receptoren blokkeert (ref).

Dynorfine is de rempedaal van het endorfinesysteem, het komt vrij om de gevoeligheid van endorfine en enkefaline – de gaspedaal van het endorfinesysteem, te resetten. Telkens we suiker, exorfinen en andere voedingsmiddelen eten die het endorfine/dopamine-systeem activeren, komt nadien dynorfine vrij. Dynorfine veroorzaakt een rebound-effect dat vergelijkbaar is met glutamaat omdat het dopamine en GABA blokkeert. Ondanks de GABA-remming is dynorfine een natuurlijk anti-epilepticum, dit betekent dat GABA niet de enige oorzaak en oplossing is voor epilepsie (ref).

Het endorfine/dopamine-systeem wordt tevens geactiveerd door stress, alcohol en geneesmiddelen met een dopaminerge en endorfinerge werking zoals paracetamol, opioïde pijnstillers, antidepressiva en psychostimulantia. Dynorfine raakt uitgeput door overstimulatie van het endorfine/dopamine-systeem. Buiten de voorgenoemde factoren zijn trauma’s de belangrijkste oorzaak van dynorfine-uitputting.

Een deel van de mensen met epilepsie hebben hippocampus atrofie (ref-1ref-2ref-3), een aandoening waarbij de hippocampus verschrompelt door een chronische hyper-glutamaat toestand. TRPV1-overgevoeligheid is een van de oorzaken van versnelde hippocampus atrofie. TRPV1-overgevoeligheid is een complicatie die de behandeling van epilepsie bemoeilijkt (ref-1ref-2) omdat het de gevoeligheid voor glutaminerge triggers doet toenemen. FAAH-remmers, middelen die de afbraak van anandamide, 2-AG en PEA verminderen, hebben een gunstig effect in het omkeren van de hippocampus-atrofie en het verminderen van de aanvallen (ref). Kaempferol is de sterkste natuurlijke FAAH-remmer (ref).

De epigenetische behandeling van epilepsie wordt bemoeilijkt door anti-epileptica, omdat ze de onderliggende oorzaken van de aandoening verergeren. Stoppen met anti-epileptica veroorzaakt net zoals bij benzodiazepines acute GABA-resistentie, met mogelijk insulten tot gevolg. Om dit op te vangen dient men eerst de levensstijl aan te passen om de glutaminerge triggers te verminderen en de dynorfine-werking te herstellen. Deze aanpak lukt alleen bij gemotiveerde cliënten, die bereid zijn een lang traject af te leggen.

Afbouwen van benzodiazepines

De ernst van de klachten en ontwenningsverschijnselen die ontstaan door het stoppen met benzodiazepines (benzo’s) is afhankelijk van meerdere factoren. Ten eerste, hoe langer men benzo’s gebruikt, des te moeilijker het afbouwproces. Bij meer dan 3 maanden gebruik mag men ernstige afkickverschijnselen verwachten. Ten tweede de dosering, er is niet echt een dosering die meer of minder verslavend is, wel zorgt een hogere dosering voor meer afkickverschijnselen. Ten derde het middel zelf, kortwerkende benzo’s veroorzaken meer afkickverschijnselen dan langwerkende. De lijst kan men op deze pagina raadplegen. Ten vierde de glutamaat-huishouding, wie voor het slikken van benzo’s al een stevige hyper-glutamaat had, zal bij het afbouwen nog meer last ervaren. Persoonlijk vind ik de glutamaat-toestand de belangrijkste factor wat betreft de ernst van de afkickverschijnselen. Dit betekent dat men reeds voor het afbouwen moet beginnen met het herstellen van de GABA/glutamaat balans! Ten vijfde de combinatie van psychofarmaca. Sommige mensen nemen benzo’s, antidepressiva en antipsychotica. Vervolgens gaan ze naar een natuurkundige therapeut/arts met de vraag om alle middelen tegelijk af te bouwen. Mijn advies is, nooit tegelijk afbouwen als men nog wil functioneren! Ik noem dit trio de ‘Lucifer-combinatie’ omdat het de snelste weg naar de hel is als je deze drie middelen (tegelijk) wil afbouwen.

Wie van zijn arts of artsen de ‘Lucifer-combinatie’ moet nemen, heeft een voorgeschiedenis. De arts kreeg de symptomen niet onder controle met één middel, dus kwam er een tweede en een derde bij. De reden is meestal een zeer ernstige vorm van hyper-glutamaat. Gaat men afbouwen, dan komt men opnieuw in die toestand terecht, maar dan erger dan voorheen. De reden is heel eenvoudig, de middelen die men neemt hebben de onderliggende oorzaken van hyper-glutamaat verergert. Dat betekent meer angst, meer stress en meer paniekaanvallen.

Mijn ervaring is dat men bij het afbouwen van de Lucifer-combinatie best begint met antipsychotica, dat proces kan een jaar in beslag nemen. Vervolgens antidepressiva. Als men anandamide-reuptake-remmers en/of ultrapotente MAGL-enzymremmer neemt zoals paroxetine (Seroxat®) en fluoxetine (Prozac®) kan het afbouwproces soms een jaar of meer in beslag nemen. Pas als laatste benzo’s afbouwen omdat deze middelen de glutamaat-toename moeten opvangen die ontstaat als men stopt met antipsychotica en antidepressiva. De volgorde kan verschillen per casus, het is afhankelijk van het middel, de anamnese en andere factoren.

Onthoud vooral: door de combinatie van deze middelen duurt het afbouwen van élk middel aanzienlijk langer. Tijdens het afbouwen ervaart men een verslechtering van de klachten. Dit kan men grotendeels opvangen door de levensstijl te veranderen en ondersteunende voedingssupplementen. Sommige mensen ervaren weinig afkickverschijnselen maar er geen zekerheid. Daarvoor zijn er teveel factoren die het herstelproces kunnen boycotten zoals stress in de relatie, gezin, financiële problemen of voorgaande behandelingen zoals chemotherapie.

Ga nooit op eigen houtje experimenteren. Sommige mensen denken dat ze in één keer (cold turkey) kunnen stoppen met benzo’s. Niet doen! Raadpleeg steeds jouw arts om al een eerste idee te krijgen wat je kan verwachten bij een rustige afbouw. Gebruik desnoods taperingstrips, om op een rustig tempo af te bouwen, bijvoorbeeld met 10% (of minder) per week of twee weken. Bij sommige mensen kan een te snelle afbouw leiden tot epileptische aanvallen, ook al hadden ze voorheen geen epilepsie. De afkickverschijnselen kunnen best heftig zijn en worden over het algemeen onderschat door artsen. Wie meer informatie wil over de afkickverschijnselen kan deze pagina raadplegen.

Het afbouwen van ultrakortwerkende inslaapmiddelen die niet tot de benzo’s behoren zoals Zolpidem (Stilnoct) en zopiclon, blijkt in de praktijk nogal mee te vallen. Mits een goede aanpak kan men deze middelen op een maand of twee maanden afbouwen door de dosering steeds met 25% te verminderen om de week à twee weken.

De weg naar herstel

De weg naar herstel begint na het stoppen met benzodiazepines. Men stopt met een middel dat de initiële toestand heeft verergerd. Het echte werk begint als men de oorzaken aanpakt, de reden waarom men het middel is beginnen nemen. Zorgverleners die deze dynamiek helder communiceren, helpen hun cliënten/patiënten door een duidelijk beeld te schetsen. Het maakt tevens komaf met onrealistische verwachtingen van sommige cliënten/patiënten. Sommigen willen snelle oplossingen. Mijn antwoord daarop is dat de snelle oplossingen hebben gefaald. De geneesmiddelen hebben het probleem verergerd. Snelle oplossingen richten zich op de symptomen. Duurzame oplossingen richten zich op de oorzaak.

Sommige oorzaken zijn erfelijk zoals genetische defecten (SNP’s). Bij anderen wordt het glutamaat-probleem veroorzaakt door transgenerationele overdracht van epigenetische factoren, trauma’s, chemotherapie, Lyme, vaccins of de na-effecten van het COVID-19 ziekteproces. In dat geval is er een ‘stressor’ die het probleem in stand houdt. Deze stressoren zijn hardnekkiger dan bijvoorbeeld troostvoeding of stress op het werk. Er zijn meerdere invalshoeken om de GABA/glutamaat-problematiek te verbeteren, zoals bijvoorbeeld psychotherapie, hypnose, meditatie, kiezen voor een gezonde relatie of kiezen voor een job die men graag doet.

Voor mensen met een verleden van psychische pijn, afwijzing en isolement – de groep die het meest kwetsbaar is voor verslavingen – helpt het om contact te maken met hun spiritueel zijn. Spiritualiteit is voor veel mensen een belangrijke en voor sommige mensen de belangrijkste bijdrage aan het herstel. Ik heb mensen zien transformeren door contact te maken met hun grootste angsten, begeleid door therapeuten die hetzelfde proces hebben doormaakt.

Wetenschap kan niet alles oplossen. Er zijn meer dan 5 miljoen onderzoeken in de medische database. In deze onderzoeken heeft men oorzaak en gevolg gerationaliseerd volgens fysiologische processen, maar men vergeet vaak dat verbinding, socialisatie en liefde krachtige helers zijn. Zelfs de inwoners van de ‘Blauwe zones‘ zouden zonder socialisatie een minder lange levensverwachting hebben (ref).

Levensstijladvies

GABA is een stofje dat uitgeput raakt door glutamaat. Om de GABA/glutamaat balans te herstellen is het aangewezen om voeding te mijden of in elk geval te verminderen die glutamaat de hoogte in jaagt. De belangrijkste zijn suiker, snelle koolhydraten en exorfinen. Deze voedingsmiddelen die het endorfine/dopamine-beloningsysteem overstimuleren veroorzaken tevens bloedsuiker-schommelingen. Een lage bloedsuiker wil je vermijden omdat het tijdelijk GABA-resistentie veroorzaakt.

Te mijden voeding zijn exorfinen, dit zijn gluten (tarwe, spelt, kamut, rogge en gerst), zuivel en soja, met uitzondering van yoghurt dat geen exorfinen bevat omdat het gefermenteerd is. Gistbrood kan je vervangen door zuurdesembrood dat minstens 24 uur is gefermenteerd door de bacteriën in de zuurdesem. Dit brood – als het goed bewerkt is – bevat minder dan 8 ppm gluten (ref). Verder is alle niet-natuurlijke voeding te mijden, dus alles wat is bewerkt en waar de lijst met ingrediënten niet is terug te vinden in de natuur. Niet alleen smaakversterkers maar de ganse zooi die de voedingsindustrie toevoegt om hun producten langer te doen bewaren en beter te doen smaken of wat dan ook. Mijdt zoveel mogelijk voeding die insulinepieken veroorzaken, de zogenaamde hoog-glycemische voedingsmiddelen als suiker, bier, zetmeel en glutenvrij brood dat vaak teveel zetmeel, mais en andere melen bevat die insuline de hoogte in jagen.

Mijdt exorfinen, hoog-glycemische voedingsmiddelen en alcohol voor het slapengaan omdat ze het doorslaapproces boycotten. Na een paar uur stijgt glutamaat in de hersenen en wordt je wakker.

Wees matig met alcohol en eet met mate. Zodra je de glucose-pieken en dalen onder controle krijgt, stabiliseert glutamaat, heb je minder onrust en ben je stressbestendiger. Het endocannabinoïde systeem en BDNF – de GABA-modulator – gaan optimaal werken zodra je minder calorieën aanvoert. Je hoeft daarom geen crashdieet te doen, maar minder eten helpt écht, een advies dat niet geldt voor anorexia patiënten! Hetzelfde geldt voor bewegen. Beweging stimuleert het endocannabinoïde systeem en BDNF, ons natuurlijk antidepressie-stofje. Gewoon rustig wandelen, fietsen of zwemmen is prima. Duursport put het het endocannabinoïde systeem uit, waarom zou je hard rennen? Het lichaam heeft al stress genoeg en je wil geen versleten knieën als je op pensioen gaat.

Ga onnodige stress zoveel mogelijk uit de weg. Televisie en media zijn een belangrijke bron van overbodige stress. Het is een groteske vertoning van negatieve berichtgeving, afgewisseld door reclame. Neem liever een abonnement op Netflix en kies de films die jij wil zonder reclame. Lees een boek, probeer een nieuw recept uit of maak een lange wandeling. Spreek af met een vriend of vriendin. Zoveel leuke dingen die je kan doen zonder televisie. Mijdt mensen in je privéleven waarvan je het gevoel hebt dat ze jouw energie uitzuigen, want vaak doen ze dat ook.

Chronische ontstekingen – ook wel laaggradige ontsteking genoemd – putten het endocannabinoïde systeem uit. Om een lang verhaal kort te maken, ontstekingsbevorderende voeding zijn onder meer plantaardige oliën met teveel linolzuur en dierlijke producten met veel arachidonzuur. Toegelaten oliën zijn olijfolie, kokosolie en avocado-olie. Noten en zaden zijn linolzuur-bommen: toegelaten noten zijn walnoten, chiazaad en perillanoot.

Dierlijke producten bevatten arachidonzuur en andere ongewenste fragmenten uit vetten en eiwitten die ontstekingsbevorderend zijn. Niet alleen rood vlees, maar ook kip en eieren bevorderen chronische ontsteking, een toestand die ons letterlijk uitput. Alle energie die gaat naar het immuunsysteem kom je tekort om andere organen en weefsels aan te sturen. Hoe vreemd het ook mag klinken, het zijn net deze dierlijke stofjes die de werking van insuline boycotten (ref-1 – ref-2 – ref-3– vaak méér dan glucose – zeker als men dierlijke producten gaat combineren met koolhydraten. Wie veganistisch eet, verlaagt de kans op diabetes met 35% tot 50% (ref-1 – ref-2), althans als het gezonde planten zijn, met tarwe en glutenbevattende granen ga je geen winst behalen. Het stabiliseren van de bloedsuiker is essentieel om hypoglycemie te vermijden, omdat men anders snel gaat pieken in glutamaat. Eet dierlijke producten met mate. Probeer eens een week geen dierlijke producten. Wie weet bevalt het zo, dat je steeds vaker veganistisch gaat eten. Van een vegan eetpatroon wordt je rustig.

Vlees bevat myoglobine, een eiwit dat dysbiose, verhoogde darmpermeabiliteit en laaggradige ontstekingen veroorzaakt via de toename van interleukine-1 bèta (IL-1β) (ref), een cytokine die GABA-resistentie veroorzaakt in de hippocampus  (ref).

Voedingssupplementen

1. Slaapproblemen

Glycine en magnesium

Glycine is een inslaapmiddel indien het voldoende hoog is gedoseerd. Glycine reguleert het bioritme op dezelfde manier dan melatonine, maar heeft een sterke werking in het remmen van glutamaat. Het is belangrijk om elke dag de glycinevoorraad aan te vullen omdat glutamaat de voorraad uitput. Op deze manier wordt er ook meer glutathion aangemaakt. Glycine kan men best combineren met een goed opneembare magnesium zoals magnesiumbisglycinaat. Magnesium versterkt de werking van endorfine (ref), een hormoon dat de aanmaak van melatonine stimuleert (ref). Zo programmeert men de hersenen om autonoom melatonine aan te maken.

De aanbevolen dosering van glycine bij inslaapproblemen is 2 à 3 gram. Neem het liefst een half uur voor het slapen gaan. Verder informatie over glycine kan men nalezen in de monografie.

Hericium erinaceus (pruikzwam)

Pruikzwam heeft een gunstig effect bij doorslaapproblemen (ref). Mensen die ’s nachts wakker worden, hebben vaak een glucosedip, waardoor glutamaat piekt en het slaapproces wordt onderbroken. Pruikzwam heeft vooral in de hersenen een gunstig effect op de stabilisatie van de glucosehuishouding en insulineresistentie. Hierdoor vermindert de kans op nachtelijk ontwaken als gevolg van een tijdelijke glutamaatpiek.

De aanbevolen dosering van pruikzwam is ongeveer 1 gram bij een extractie van 50% polysaccharides, wat neerkomt op 500 mg polysaccharides uit pruikzwam. Inname een half uur voor het slapen gaan. Verder informatie over pruikzwam kan men nalezen in de monografie.

2. Stressproblemen

De belangrijkste neurofysiologische factoren om stress en glutamaat te remmen zijn GABA, BDNF en het endocannabinoïde systeem (ECS) dat wordt aangestuurd door anandamide en 2-AG. Benzodiazepines hebben een verdovend effect, waardoor men bijvoorbeeld niet met de auto mag rijden. GABA, BDNF en het ECS hebben een ontspannend effect. Ze verminderen de stresshormonen, glutamaat, oxidatieve en nitrosatieve stress en herstellen de schade die glutamaat aanricht.

De basis van de epigenetische behandeling is aanpassing van de levensstijl. We verminderen de neurofysiologische stress veroorzaakt door een verkeerd voedingspatroon, alcohol en andere factoren. Tegelijk versterken we de werking van het ECS, de natuurlijke verdediging tegen stress, ontstekingen, metabole aandoeningen en immuun-aandoeningen. Voor wie benzodiazepines wil afbouwen of stressproblemen heeft, is extra ondersteuning nodig onder de vorm van voedingssupplementen. Binnen de epigenetica gebruiken we voedingssupplementen met een herstellend effect. In dit geval het versnellen van de epigenetische correcties die bijdragen aan het herstel van GABA, BDNF en het endocannabinoïde systeem.

Kaempferol

Kaempferol is een FAAH-remmer, het vertraagt de werking van FAAH – het enzym dat anandamide afbreekt – wat via diverse routes resulteert in een toename en herstel van anandamide, 2-AG en PEA (ref-1 – ref-2). Anandamide, BDNF en GABA zijn de sterkste glutamaatremmers. Anandamide zorgt voor een toename van GABA en BDNF in de hippocampus (ref). Tegelijk heeft BNDF een stimulerend effect op de aanmaak en de werking van GABA, anandamide en 2-AG (ref).

Kaempferol is een HDAC-remmer (ref). HDAC-remmers hebben een dubbele rol in de regulatie van GABA. Ze voorkomen GABA-resistentie na overstimulatie (ref) en ze verhogen de aanmaak van het GAD-enzym (ref), dat glutamaat omzet in GABA.

Gelukkig zijn: anandamide is een neurofysiologische regulator in de beleving van gelukkig zijn, verbinding, mededogen, onbaatzuchtigheid en spiritualiteit. Een trage FAAH-werking verhoogt anandamide, waardoor men zich gelukkiger voelt. Kaempferol is de flavonoïde met de sterkste FAAH-enzym-remwerking (ref). Onderzoek laat zien dat de landen waar de mensen het gelukkigst zijn niet de rijkste landen zijn, maar de landen waar de bevolking de traagste FAAH-enzymwerking heeft – waardoor anandamide toeneemt. Deze trage FAAH-werking is een gevolg van een genmutatie (SNP) die meer voorkomt bij de oorspronkelijke bevolking van de Zuiderse landen. Volgens onderzoek heeft de bevolking in Mexico, Nigeria en Colombia drie- tot zesmaal meer anandamide dan in Rusland, China en de Oost-Europese landen. In de Verenigde Staten zijn het vooral de Amerikanen van Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse oorsprong die een trage FAAH-enzym werking hebben, de blanke inwoners schommelen onderaan, met op de bodem Rusland en de Oost-Europese landen.

Kaempferol is een ‘prodrug’, een stof die door bacteriën in de darmen wordt omgezet in actieve stoffen. Kaempferol wordt door bacteriën omgezet in GABA en via de nervus vagus in het maag-darmstelsel getransporteerd naar de hersenen. Onderzoek bij dieren wijst uit dat een dosering vanaf 0,02 mg tot 1 mg per kg lichaamsgewicht een rustgevend effect heeft, dit komt overeen met 1,5 tot 70 mg bij een persoon van 70 kg (ref).

Traumaherstel: traumatische ervaringen en emotionele verwaarlozing tijdens de kindertijd verminderen de werking van het GAD-enzym, dat glutamaat moet omzetten in GABA. Te hoge glutamaat-waarden veroorzaken problemen met het loslaten van negatieve ervaringen. Uit onderzoek blijkt dat kaempferol een herstellend effect heeft op het GAD65-gen dat de aanmaak van het GAD-enzym reguleert. Overgewicht en diëten met veel vet verminderen de werking van het GAD-enzym (ref).

Glutamaat heeft de eigenschap het traumageheugen, dit is de angst en de stress die geassocieerd zijn aan een trauma in stand te houden en te versterken. Deze toestand noemt men vreesconditionering, waarbij allerlei onbewuste pikkels en associaties de herinnering aan trauma’s kunnen opwekken. FAAH-remmers verminderen de vreesconditionering en stressreactie bij mensen met PTSS en angststoornissen (ref), deels via de stimulatie van het endocannabinoïde systeem (anandamide en 2-AG) en deels via de toename van BDNF, een stofje met een GABA stimulerend effect (ref-1ref-2ref-3).

De aanbevolen dosering voor kaempferol is 100 mg tot 400 mg per dag. Verdere informatie kan men nalezen in de kaempferol monografie.

Caryofylleen

Bij de meeste mensen met stressstoornissen is het endocannabinoïde systeem (ECS) ontregeld. Er is overactivatie van de CB1-receptoren, bv. door een linolzuurrijk dieet, suiker, vet en hoog-glycemische voedingsmiddelen. CB1-overstimulatie vermindert de expressie van de CB2-receptoren, waardoor er resistentie ontstaat van anandamide, 2-AG en GABA (ref). De CB2-receptoren versterken de werking (gevoeligheid) van de GABA-receptoren bij GABA-resistentie (ref), een toestand die ontstaat tijdens het afbouwen van benzodiazepines.

Caryofylleen is een selectieve CB2-agonist, een stof die de CB2-receptoren van ECS activeert (ref). De werking van caryofylleen op de CB2-receptoren is sterker dan THC en CBD uit cannabis (ref-1ref-2). De belangrijkste rol van de CB2-receptoren en caryofylleen in de stressregulatie is het herstellen van de GABA, anandamide en 2-AG gevoeligheid en het verhogen van BDNF in de hippocampus (ref-1 – ref-2).

De CB2-receptoren corrigeren insulineresistentie veroorzaakt door CB1 overstimulatie en verbeteren de insulinegevoeligheid en glucose tolerantie, dit is de mate waarin het lichaam glucose uit bloed kan verwerken. Uit onderzoek blijkt dat caryofylleen de insulinegevoeligheid verbetert en werkzaam is voor de behandeling van diabetes type 2 (ref-1ref-2ref-3ref-4ref-5). Een goede werking van de CB2-receptoren zorgt voor een stabiele bloedsuiker en vermindert de kans op hypoglycemie, een toestand waardoor tijdelijke maar acute GABA-resistentie ontstaat.

CB1 is de verslavingsreceptor die dopamine activeert (ref). Overactivatie van de CB1-receptoren – bv. door stress, trauma’s, cannabis, linolzuur, alcohol,  antidepressiva, opioïde pijnstillers, paracetamol en een hoogcalorisch dieet – veroorzaakt een verminderde CB2-werking. Als de CB2-activiteit afneemt, ontstaat craving (toegenomen behoefte). Bij het afbouwen en stoppen met psychofarmaca, drugs, gedragsverslavingen en eetstoornissen ontstaat tijdelijk stress. Deze stress zorgt andermaal voor CB1 overactivatie en CB2-demping waardoor men in een vicieuze cirkel terechtkomt.

CB2 is de anti-verslavingsreceptor: het remt de constante dopaminebehoefte bij verslavingen, eetstoornissen en de afbouw van dopaminerge medicatie (psychostimulantia) en drugs (amfetamine en cocaïne) (ref-1ref-2). De CB2-receptoren spelen een cruciale rol bij aandoeningen zoals autisme, alcoholisme, verslavingen, eetstoornissen, depressie en schizofrenie. Om verslaving te doorbreken moet men de CB1-activiteit verminderen en de CB2-activiteit verhogen.

                                                        Duale werking van de CB1- en CB2-receptoren van het endocannabinoïde systeem

De aanbevolen dosering van caryofylleen bij het afbouwen van benzodiazepines schommelt tussen de 30 en 90 mg per dosering, 2 à 3 maal per dag. Caryofylleen wordt door het Amerikaanse FDA ingedeeld als GRAS (Generally Recognized as Safe) (ref-1, ref-2). Bij humaan onderzoek blijkt dat caryofylleen geen bijwerkingen heeft in een dagelijkse dosering tot 300 mg (ref-1 – ref-2). Verdere informatie kan men nalezen in de caryofylleen monografie.

Synergie: de werking van caryofylleen (CB2-agonist) wordt versterkt door DHA doordat beide stoffen elkaars werking op de CB2-receptoren versterken (ref-1, ref-2, ref-3). De gevoeligheid van de CB2-receptoren wordt tevens verhoogd door PEA (ref-1ref-2).

BrainQ checklist

De BrainQ checklist bestaat uit vragen die de resistentie van verschillende neurotransmitters en hormonen in kaart brengen, de symptomen van hyper-glutamaat en een traumavragenlijst. De checklist omvat 140 vragen en neemt ongeveer 10 à 15 minuten in beslag. Na het invullen van de BrainQ checklist ontvangt men de resultaten per mail.

  • endorfine;
  • dopamine;
  • oxytocine;
  • histamine;
  • insuline;
  • psychische kenmerken van glutamaatdominantie;
  • lichamelijke kenmerken van glutamaatdominantie;
  • traumavragenlijst voor kinderen en volwassenen.

Checklist volwassenenInvullen (Vanaf 18 jaar)

Checklist kinderenInvullen (Van 0 tot 18 jaar)

Aanbevolen literatuur

In het boek ‘De epigenetica van ADHD en glutamaat‘ beschrijft Lucas Flamend de glutamaatproblematiek. Het boek gaat niet alleen over ADHD, maar over de belangrijkste oorzaken, dynamiek en aandoeningen die met glutamaat verband houden. Te koop bij boekhandel Merlijn.

Aanbevolen opleidingen

Opleiding ‘het endocannabinoïde systeem

Disclaimer en copyright

Deze informatie is bedoeld als informatiebron en als naslagwerk. Het is met de grootste zorgvuldigheid en naar beste vermogen en inzicht samengesteld. De informatie is bedoeld voor beroepsbeoefenaren zoals artsen, apothekers, herboristen, psychologen en therapeuten, die vanwege hun opleiding en ervaring de inhoud en toepassing kunnen evalueren. De informatie is niet bestemd voor leken of consumenten die zelf een behandeling willen uitstippelen. Het is geenszins bedoeld als vervanging voor het consulteren van een arts of therapeut. Indien u momenteel geneesmiddelen neemt, raadpleeg dan eerst een arts indien u met deze middelen wil stoppen. Stop de inname niet of vervang deze geneesmiddelen niet op basis van informatie of aanbevelingen uit deze website. BrainQ kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die zou voortvloeien uit beslissingen gebaseerd op informatie uit deze website.

De informatie mag niet gekopieerd, gepubliceerd of via een andere vorm doorgegeven worden aan derden zonder de schriftelijke toestemming van BrainQ.